Artikel 12 Successiewet 1956
Lid 1
Al wat binnen 180 dagen aan het overlijden voorafgegaan is geschonken door een erflater, die ten tijde van dat overlijden in Nederland woonde, wordt voor de toepassing van deze wet geacht krachtens erfrecht door het overlijden te zijn verkregen. Al wat wordt verkregen krachtens een schenking die tot stand is gekomen na het overlijden van de schenker, wordt voor de toepassing van deze wet geacht krachtens erfrecht door het overlijden te zijn verkregen.
Lid 2
Artikel 7, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Lid 3
Het in het eerste lid, eerste zin, bepaalde is niet toepasselijk op schenkingen:
als bedoeld in artikel 33, onderdelen 1°, 2°, 3°, 8°, 9°, 11° en 12° en, voor zover het een schenking betreft waarvoor de verhoogde vrijstelling geldt, 5°;
waarvan de schenkbelasting is kwijtgescholden op grond van artikel 67.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 12 SW1956 is sinds 2002 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Rb. Breda en Rb. Haarlem.
- ECLI:NL:GHSHE:2002:AF1616 — 04-09-2002 Hof 's-Hertogenbosch
- - ECLI:NL:RBMNE:2025:7079 — 17-12-2025 Rb. Midden-Nederland
Erfrecht. Partijen zijn zussen en de enige erfgenamen van hun vader Partijen verschillen van mening over de afwikkeling en verdeling van zijn nalatenschap. - ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ4641 — 12-06-2009 Rb. Haarlem
Successierecht. De waarde van de verkrijging is niet meer dan het vrijgestelde bedrag. - ECLI:NL:RBBRE:2007:BB2618 — 13-08-2007 Rb. Breda
"Voortijdige aflossing op een overbedelingsschuld door erflaatster, binnen 180 dagen van haar overlijden, is belast op grond van artikel 12 Succesiewet (Sw). Erflaatster heeft een recht van gebruik tot haar overlijden gekregen (van een renteloze schuld welke eerst opeisbaar was…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.