Hoofdstuk IV. Aangifte, aanslag en conserverende aanslag

Wordt genoemd in:

Artikel 36

De belasting wordt geheven van de verkrijger.

Artikel 37

Lid 1

De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

Lid 2

In afwijking van het eerste lid wordt de belasting bedoeld in artikel 35b, derde lid, of artikel 35g, geheven bij wege van conserverende aanslag.

Lid 3

Vanwege het vervallen van een voorwaardelijke vrijstelling als bedoeld in artikel 35b, eerste lid, kan een aanslag of conserverende aanslag door een of meer aanslagen of conserverende aanslagen worden aangevuld.

Lid 4

Rechtsmiddelen tegen de in het derde lid bedoelde aanslagen kunnen uitsluitend worden ingeroepen tegen de in die aanslagen opgenomen grondslag voorzover daarvoor nog niet eerder een rechtsmiddel openstond.

Artikel 38

De erfgenaam die is uitgenodigd tot het doen van aangifte, is gehouden mede aangifte te doen van de gegevens welke van belang kunnen zijn voor de heffing van de erfbelasting van de andere verkrijgers, niet zijnde erfgenamen.

Artikel 39

Indien meer verkrijgers gehouden zijn aangifte te doen ter zake van dezelfde nalatenschap, kunnen zij gezamenlijk aangifte doen.

Artikel 40

Lid 1

De inspecteur kan de schenker die naar zijn mening vermoedelijk een belastbare schenking heeft gedaan, uitnodigen tot het doen van aangifte.

Lid 2

De schenker en de begiftigde - dan wel de gezamenlijke schenkers of begiftigden - kunnen gezamenlijk aangifte doen.

Artikel 41

Vervallen

Artikel 42

Indien na te noemen verplichtingen niet reeds op een ander rusten, is degene, die door de verwerping, afstand of niet aanvaarding van rechten, bedoeld in artikel 30, is gebaat, op dezelfde wijze en onder dezelfde bepalingen tot aangifte en betaling gehouden, als degene, door wie die verwerping, afstand of niet aanvaarding heeft plaats gehad, verplicht zou zijn geweest, indien een of ander niet was geschied.

Artikel 43

Lid 1

In iedere aangifte wordt één woonplaats gekozen in Nederland. De stukken betreffende de heffing van de belasting kunnen worden gezonden hetzij aan de gekozen woonplaats hetzij aan de werkelijke woonplaats of plaats van vestiging. Artikel 57 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen blijft buiten toepassing.

Lid 2

Zij, die voor de erfbelasting geen aangifte hebben gedaan of geen woonplaats hebben gekozen, worden geacht hun woonplaats te hebben gekozen ter laatste woonplaats van de overledene gedurende een jaar na het overlijden; na die tijd, alsmede indien niet een bepaald adres in Nederland als de werkelijke laatste woonplaats van de overledene kan worden aangewezen, ter secretarie van de gemeente, binnen welke de aangifte moet geschieden.

Lid 3

Zij, die voor de schenkbelasting geen aangifte hebben gedaan of geen woonplaats hebben gekozen, worden geacht hun woonplaats te hebben gekozen ter woonplaats van de schenker, of, indien niet een bepaald adres in Nederland als de werkelijke woonplaats van de schenker kan worden aangewezen, ter secretarie van de gemeente, binnen welke de aangifte moet geschieden.

Artikel 44

Vervallen

Artikel 45

Lid 1

De inspecteur stelt de termijn voor het doen van aangifte voor de erfbelasting zodanig vast dat deze niet eerder verstrijkt dan twintig maanden na het overlijden.

Lid 2

De in het eerste lid bedoelde termijn van twintig maanden loopt niet gedurende de tijd dat de nalatenschap onbeheerd is gelaten en geen vereffenaar is benoemd. Indien verkregen wordt ten gevolge van de vervulling van een voorwaarde, van aanvaarding nadat eerst verwerping had plaatsgehad, van een afstand door een verkrijger onder een ontbindende voorwaarde als bedoeld in artikel 21, tweede lid, ten behoeve van de verwachters, van de uitoefening van een wilsrecht voortspruitende uit ten sterfdage of ten tijde van de verkrijging bestaande of ontstane rechtsverhoudingen, dan wel ten gevolge van de toepassing van artikel 33 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, gaat de in het eerste lid bedoelde termijn van twintig maanden in op de dag waarop één van die gebeurtenissen plaatsvindt.

Artikel 46

De inspecteur stelt de termijn voor het doen van aangifte voor de schenkbelasting zodanig vast, dat deze niet eerder verstrijkt dan twee maanden na het einde van het kalenderjaar waarin de schenking heeft plaatsgevonden.

Artikel 47

Ingeval sprake is van meer dan één verkrijger van dezelfde erflater of krachtens een gezamenlijke schenking, kunnen de ter zake vastgestelde belastingaanslagen worden opgenomen in één aanslagbiljet.

Artikel 48

Vervallen