Artikel 29 Successiewet 1956
Lid 1
Indien onzekerheid bestaat omtrent de verwantschap of omtrent de persoon van de schenker of van de verkrijger, wordt de maximale belasting geheven, die verschuldigd zou kunnen zijn, behoudens vermindering van de aanslag, voor zover deze naderhand blijkt te hoog te zijn.
Lid 2
Bestaat de onzekerheid ten aanzien van de persoon van de schenker, dan wordt deze, behoudens tegenbewijs, geacht in Nederland te wonen.
Lid 3
Met betrekking tot aanslagen die onder toepassing van dit artikel zijn vastgesteld, geldt de schenker, zolang er onzekerheid bestaat over de persoon van de verkrijger, als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht.
Lid 4
De bepalingen van dit artikel zijn mede toepasselijk, indien de naam of de woonplaats van de schenker of van de begiftigde desgevraagd niet wordt genoemd.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 29 SW1956 is sinds 2009 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Breda.
- ECLI:NL:RBBRE:2009:BI6871 — 20-05-2009 Rb. Breda
De inspecteur heeft over het jaar 2004 een aanslag schenkingsrecht op grond van artikel 29 Successiewet 1956 opgelegd aan een onbekende, ter zake van een verkrijging wegens een schenking die erflaatster kort voor haar overlijden heeft verricht. De aanslag is gestuurd naar de…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.