Art. 4:230 Burgerlijk Wetboek Boek 4
Erfgenamen die bij plaatsvervulling opkomen, moeten behalve de door henzelf ontvangen giften, ieder naar de mate van zijn erfdeel de giften inbrengen, die hij wiens plaats zij innemen, had moeten inbrengen, was hij erfgenaam geweest.
Recente uitspraken
Art. 4:230 BW is sinds 2014 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam en Rb. Rotterdam.
- ECLI:NL:GHAMS:2014:5350 — 16-12-2014 Hof Amsterdam
Klaagster verwijt de notaris dat hij ter zake van de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster (de moeder van klaagster) op een aantal punten niet juist heeft gehandeld. De klacht bestaat uit acht onderdelen. De kamer heeft klaagster in haar klacht op vier onderdelen… - ECLI:NL:RBROT:2020:5340 — 17-06-2020 Rb. Rotterdam
Mede-erfgenaam n.o in vordering tot betaling aan boedel (3:171BW); geen verplichting tot inbreng van giften (4:229 BW); onttrekking aan bankrekening erflaatster bij leven gedeeltelijk onrechtmatig; schatting schade.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.