Art. 4:229 Burgerlijk Wetboek Boek 4

Lid 1

Erfgenamen zijn verplicht ten behoeve van hun mede-erfgenamen de waarde van de hun door de erflater gedane giften in te brengen, voor zover de erflater dit, hetzij bij de gift hetzij bij uiterste wilsbeschikking, heeft voorgeschreven.

Lid 2

Een bij de gift opgelegde verplichting tot inbreng kan bij uiterste wilsbeschikking worden ongedaan gemaakt.

Recente uitspraken

Art. 4:229 BW is sinds 2003 in 34 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Limburg, Rb. Gelderland en Hof 's-Hertogenbosch.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:3585 — 02-06-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Erfrecht. Legitieme portie onterfde dochter. Is overgang landbouwbedrijf op de zoons/erfgenamen een gift of een quasilegaat? Bedrijf of hobby/belegging?
  • ECLI:NL:GHDHA:2026:180 — 04-02-2026 Hof Den Haag
    Echtscheidingszaak met nevenvoorzieningen; verdeling ontbonden algehele gemeenschap van goederen; giften onder uitsluitingsclausule?; op voorhand een uitsluitingsclausule overeengekomen?; giften (waaronder jubelton) aangewend voor aflossing woningschuld van eerdere woning en…
  • ECLI:NL:GHSHE:2022:3934 — 15-11-2022 Hof 's-Hertogenbosch
    Erfrecht. Verdeling nalatenschappen ouders.
  • ECLI:NL:GHAMS:2022:2349 — 02-08-2022 Hof Amsterdam
    Vaststelling verdeling nalatenschap. Inbrengverplichting in verband met gift (artikel 4:229 lid 1 BW). Arrest in de plaats van medewerking aan verlijden akte van verdeling.
  • ECLI:NL:GHSHE:2022:2432 — 19-07-2022 Hof 's-Hertogenbosch
    Vaststelling legitimaire massa. Bij overdracht panden niet gebleken van een gift. Privatieve bevoegdheid executeur.

Bekijk alle 34 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.