Art. 4:75 Burgerlijk Wetboek Boek 4
Lid 1
De waarde van hetgeen een legitimaris krachtens erfrecht onder bewind kan verkrijgen, komt ook bij verwerping in mindering van zijn legitieme portie, indien het bewind is ingesteld op de in de uiterste wil vermelde grond:
dat de legitimaris ongeschikt of onmachtig is in het beheer te voorzien, of
dat zonder bewind de goederen hoofdzakelijk diens schuldeisers zouden ten goede komen.
Lid 2
De legitimaris die de nalatenschap of het legaat heeft aanvaard is gedurende drie maanden na het overlijden van de erflater bevoegd de juistheid van de opgegeven grond te betwisten; alsdan moet degene die haar staande houdt haar bewijzen. Is de opgegeven grond juist, doch rechtvaardigt dit de door de erflater vastgestelde regels van het bewind niet, dan kan de rechter die regels wijzigen of zelfs ten dele opheffen.
Lid 3
Is vermelde grond onjuist, dan kan de legitimaris binnen een maand nadat de uitspraak waarbij de onjuistheid is vastgesteld, in kracht van gewijsde is gegaan, schriftelijk aan de bewindvoerder verklaren dat hij zijn legitieme in geld wenst te ontvangen. De bewindvoerder maakt daartoe het onder bewind gestelde met overeenkomstige toepassing van artikel 147 voor zover nodig te gelde; het restant van de goederen keert hij uit aan degenen aan wie deze zouden zijn toegekomen indien de legitimaris de nalatenschap of het legaat had verworpen.
Lid 4
Staan goederen onder bewind waarvan de waarde krachtens artikel 70 in mindering van de legitieme komt en vermeldt de akte waarbij het bewind is ingesteld een grond als bedoeld in lid 1, dan zijn de leden 2 en 3 van overeenkomstige toepassing. Vermeldt de akte niet een grond als bedoeld in lid 1, dan kan de legitimaris aanspraak maken op ontvangst van zijn legitieme in geld op de wijze als voorzien in lid 3, met dien verstande dat de aldaar bedoelde verklaring binnen drie maanden na het overlijden van de erflater moet worden afgelegd.
Lid 5
Bij de vaststelling van de op de legitieme portie toe te rekenen waarde wordt met het bewind slechts rekening gehouden, indien de vermelde grond onjuist is verklaard doch de legitimaris geen gebruik maakt van de hem in lid 3, eerste zin, verleende bevoegdheid.
Recente uitspraken
Art. 4:75 BW is sinds 2013 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Den Haag.
- ECLI:NL:GHSHE:2022:3275 — 27-09-2022 Hof 's-Hertogenbosch
erfrecht. Legitieme portie. Tijdig aanspraak gemaakt op legitieme portie? Termijn van drie maanden redelijk? - ECLI:NL:GHAMS:2017:3075 — 25-07-2017 Hof Amsterdam
erfrecht, uitleg testament over bewind - ECLI:NL:RBGEL:2025:2274 — 19-03-2025 Rb. Gelderland
erfrecht, testamentair bewind, art 4:75 lid 3 BW - ECLI:NL:RBDHA:2024:2367 — 07-02-2024 Rb. Den Haag
In deze zaak speelt de vraag of het aflopen van de in artikel 4:75 lid 2 BW vermelde termijn ter vrije bepaling van partijen staat. Het antwoord op deze vraag luidt ontkennend: het is aan de kantonrechter om daarover te oordelen. - ECLI:NL:RBROT:2013:10810 — 03-12-2013 Rb. Rotterdam
Ontslag testamentair bewindvoerder. De door de testamentair bewindvoerder verrichte substantiële schenkingen kunnen niet als een gewone beheersdaad worden aangemerkt. Bewindvoerder is tekortgeschoten in de zorg van een goed bewindvoerder. Er is sprake van gewichtige redenen als…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.