Titel 4. Bijzonder onderwijs aan universiteiten

Artikel 9.52

Vervallen

Artikel 9.53

Het college van bestuur van een openbare universiteit kan, na raadpleging van het college voor promoties, bedoeld in artikel 9.10, een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid bevoegd verklaren bij die universiteit een bijzondere leerstoel te vestigen. Het besluit vermeldt de faculteit waarbij en het wetenschapsgebied waarin door de bijzonder hoogleraar onderwijs zal worden gegeven.

Artikel 9.54

Lid 1

De bevoegdverklaring geschiedt op een daartoe strekkend verzoek van het bestuur van de rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid. In het bestuurs- en beheersreglement wordt bepaald op welke wijze een verzoek dient te worden ingericht en welke bescheiden bij het verzoek dienen te worden overgelegd.

Lid 2

Het in het voorgaande lid bedoelde bestuur geeft het college van bestuur de nodige inlichtingen omtrent de door het eerstbedoelde bestuur gevestigde leerstoel.

Artikel 9.55

Lid 1

Om als bijzonder hoogleraar onderwijs te kunnen geven wordt vereist dat aan betrokkene de graad Doctor is verleend door een universiteit als bedoeld in artikel 1.22, eerste lid dat betrokkene in het bezit is van een doctoraat, verkregen aan een zodanige instelling, dan wel dat betrokkene in het bezit is van een bewijs dat de aanstelling door het college van bestuur is bekrachtigd.

Lid 2

De bekrachtiging wordt geacht te zijn verleend, indien binnen acht weken na de ontvangst der aanvraag daarop geen beslissing is genomen. Door het college van bestuur kan deze termijn tot ten hoogste vier maanden worden verlengd. De bekrachtiging kan slechts bij een met redenen omkleed besluit worden geweigerd.

Lid 3

Het bestuur van de rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid geeft van elke aanstelling van een hoogleraar binnen vier weken kennis aan het college van bestuur.

Artikel 9.56

Het onderwijs, gegeven door een bijzonder hoogleraar, is te allen tijde voor hen, die gerechtigd zijn het onderwijs aan de universiteiten bij te wonen, toegankelijk.

Artikel 9.57

Lid 1

De bijzonder hoogleraar kan, onder door het college van bestuur te stellen voorwaarden, gebruikmaken van de collegelokalen, inrichtingen, verzamelingen en hulpmiddelen voor het onderwijs.

Lid 2

De bijzonder hoogleraar heeft toegang met raadgevende stem tot de vergaderingen van de examencommissies van de faculteit waarbij hij is aangesteld.

Lid 3

Met het einde van de maand, waarin een bijzonder hoogleraar de voor de openbare dienst geldende functionele leeftijdsgrens heeft bereikt, wordt hem eervol ontslag verleend.

Lid 4

Op de bijzonder hoogleraar is artikel 9.19, derde en vierde lid, van toepassing.

Artikel 9.58

De in artikel 9.53 bedoelde bevoegdverklaring wordt door het college van bestuur, na raadpleging van het college voor promoties, bedoeld in artikel 9.10, ingetrokken:

  1. indien het bij of krachtens deze paragraaf bepaalde niet langer wordt nagekomen;

  2. indien de bijzonder hoogleraar het onderwijs veronachtzaamt dan wel zonder goede grond dit onderwijs gedurende een vol jaar heeft onderbroken;

  3. indien het belang van het wetenschappelijk onderwijs zich ten gevolge van wijzigingen in de omstandigheden met de bevoegdverklaring niet langer verdraagt.

Artikel 9.59

Vervallen

Artikel 9.60

Vervallen

Artikel 9.61

Vervallen

Artikel 9.62

Vervallen

Artikel 9.63

Vervallen

Artikel 9.64

Vervallen

Artikel 9.65

Vervallen

Artikel 9.66

Vervallen

Artikel 9.67

Vervallen

Artikel 9.68

Vervallen

Artikel 9.69

Vervallen

Artikel 9.70

Vervallen

Artikel 9.71

Vervallen

Artikel 9.72

Vervallen

Artikel 9.73

Vervallen

Artikel 9.74

Vervallen

Artikel 9.75

Vervallen

Artikel 9.77

Vervallen

Artikel 9.83

Vervallen

Artikel 9.84

Vervallen

Artikel 9.85

Vervallen