Titel 3. Accreditatie bestaande opleiding, commissie van deskundigen en visitatie

Artikel 5.11

Lid 1

Accreditatie bestaande opleiding kan worden verkregen door een opleiding waaraan accreditatie nieuwe opleiding is verleend en waarvan de kwaliteit voor het eind van de accreditatietermijn van accreditatie nieuwe opleiding is beoordeeld op de kwaliteitsaspecten, genoemd in artikel 5.12, overeenkomstig de procedure genoemd in artikel 5.13.

Lid 2

Accreditatie bestaande opleiding wordt de eerste keer verleend op aanvraag van het instellingsbestuur, die voor een door het accreditatieorgaan te bepalen datum moet worden ingediend, rekening houdend met de periode waarin visitatie, binnen de visitatiegroep waartoe de opleiding behoort, doorgaans plaatsvindt.

Lid 3

Indien van toepassing vermeldt het instellingsbestuur bij de aanvraag tevens de door hem beoogde gewijzigde

  1. naam van de opleiding; en

  2. toevoeging aan de graad als bedoeld in artikel 7.10a, tweede en derde lid, voor zover het een opleiding in het hoger beroepsonderwijs betreft.

Lid 4

Het instellingsbestuur verstrekt bij de aanvraag, de delen van het visitatierapport, genoemd in artikel 5.13, vierde lid, onderdelen a en b.

Artikel 5.12

In het kader van een aanvraag voor accreditatie bestaande opleiding wordt de kwaliteit van de opleiding beoordeeld aan de hand van de volgende kwaliteitsaspecten:

  1. het beoogde eindniveau van de opleiding, gelet op hetgeen internationaal gewenst en gangbaar is;

  2. de inhoud en opzet van het onderwijsprogramma;

  3. de kwaliteit van het docententeam;

  4. de opleidingsspecifieke voorzieningen alsmede de instellingsbrede voorzieningen die van invloed zijn op de kwaliteit van de opleiding, daaronder mede begrepen voldoende studiebegeleiding en voorzieningen die de toegankelijkheid en studeerbaarheid voor studenten met een functiebeperking bevorderen;

  5. de vormgeving en effectiviteit van de interne kwaliteitszorg gericht op de systematische verbetering van de opleiding;

  6. het gerealiseerde eindniveau, gelet op hetgeen internationaal gewenst en gangbaar is; en

  7. de deugdelijkheid van beoordeling, toetsing en examinering van de studenten.

Artikel 5.13

Lid 1

Onverminderd artikel 1.18, draagt het instellingsbestuur er zorg voor dat de kwaliteit van de opleiding ter verkrijging van accreditatie bestaande opleiding wordt gevisiteerd, in samenwerking met andere instellingen binnen de visitatiegroep. Daarbij bevordert het instellingsbestuur een brede inbreng van studenten.

Lid 2

De visitatie wordt uitgevoerd door de commissie van deskundigen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, onderdeel c.

Lid 3

De visitatie vindt plaats op basis van een zelfevaluatie van de opleiding door het instellingsbestuur die in beginsel een door studenten aan de opleiding geschreven bijdrage bevat.

Lid 4

Van de visitatie wordt door de commissie van deskundigen een rapport opgesteld. Het visitatierapport bevat:

  1. een oordeel over de kwaliteitsaspecten, genoemd in artikel 5.12;

  2. een samenvatting van de beoordeling, alsmede een eindoordeel;

  3. een bijlage waarin de aanbevelingen voor verdere ontwikkeling van de opleiding zijn opgenomen.

Lid 5

Het visitatierapport wordt door het instellingsbestuur binnen een week nadat het dit rapport van de commissie van deskundigen heeft ontvangen, verstrekt aan de universiteitsraad, bedoeld in artikel 9.31, dan wel de faculteitsraad, bedoeld in artikel 9.37, of de medezeggenschapsraad, bedoeld in artikel 10.17, of aan de ondernemingsraad en het orgaan binnen de universiteit of de hogeschool, dat op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld in artikel 9.30, derde lid, artikel 10.16a, derde lid, respectievelijk artikel 11.13 is ingesteld, en aan de opleidingscommissie, bedoeld in artikel 9.18, artikel 10.3c respectievelijk artikel 11.11.

Lid 6

De bijlage, bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, wordt binnen een jaar nadat het accreditatieorgaan het accreditatierapport heeft vastgesteld door het instellingsbestuur openbaar gemaakt.

Artikel 5.14

Lid 1

Het accreditatieorgaan stemt in met de samenstelling van de commissie van deskundigen, bedoeld in 5.2, tweede lid, onderdeel c, indien de commissie:

  1. ten minste één student-lid heeft;

  2. bestaat uit leden die niet verbonden zijn aan de instelling die de opleiding verzorgt;

  3. haar werkzaamheden aantoonbaar zo inricht dat de beoordeling van de kwaliteit van de opleiding ten behoeve van verkrijging van accreditatie bestaande opleiding apart wordt verricht van de beoordeling van de opleiding ten behoeve van aanbevelingen voor verdere ontwikkeling; en

  4. voldoet aan de overige waarborgen voor de onafhankelijkheid en voor deskundigheid, die in het accreditatiekader zijn opgenomen.

Lid 2

Het instellingsbestuur doet tevens een voorstel voor een secretaris voor de commissie. Het accreditatieorgaan stemt in met de voorgestelde secretaris indien hij voldoet aan de waarborgen voor de onafhankelijkheid en voor deskundigheid die in het accreditatiekader zijn opgenomen.

Lid 3

Het instellingsbestuur dient voor een door het accreditatieorgaan te bepalen datum een aanvraag in om de instemming te verkrijgen.

Lid 4

Het accreditatieorgaan beslist binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 5.15

Lid 1

Het accreditatieorgaan beoordeelt op basis van het door hem ontvangen deel van het visitatierapport of een positief besluit op de aanvraag kan worden genomen.

Lid 2

In het geval, bedoeld in artikel 5.11, derde lid, alsmede indien er zich anderszins wijzigingen hebben voorgedaan in de opleiding, de sector, de visitatiegroep of de toevoeging aan de graad, beoordeelt het accreditatieorgaan tevens de naam en de toevoeging aan de graad. Artikel 5.7, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Lid 3

Het accreditatieorgaan beslist binnen drie maanden na de uiterste aanvraagdatum op de aanvraag en verricht de beoordeling van de aanvragen van alle opleidingen binnen een visitatiegroep gezamenlijk en in dezelfde periode.

Lid 4

Indien op een aanvraag voor accreditatie bestaande opleiding pas kan worden beslist nadat de termijn van accreditatie nieuwe opleiding is verstreken, wordt de accreditatie nieuwe opleiding stilzwijgend verlengd totdat het besluit op de aanvraag voor accreditatie bestaande opleiding in werking treedt.

Lid 5

Het instellingsbestuur is het accreditatieorgaan een vergoeding verschuldigd van de kosten van de beoordeling van de aanvraag met dien verstande dat het instellingsbestuur het accreditatieorgaan geen vergoeding verschuldigd is voor de beoordeling door de commissie van deskundigen.

Lid 6

Artikel 5.10 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in het accreditatierapport tevens de visitatiegroep wordt vastgelegd waarin de opleiding wordt ingedeeld.

Artikel 5.16

Lid 1

Indien de opleiding door het accreditatieorgaan op alle kwaliteitsaspecten, genoemd in artikel 5.12 positief wordt beoordeeld, wordt accreditatie bestaande opleiding verleend, met dien verstande dat de opleiding elke zes jaar wordt herbeoordeeld en de kwaliteit van de opleiding bij die gelegenheid door het accreditatieorgaan telkens positief moet worden beoordeeld. De artikelen 5.11 tot en met 5.15 zijn op de herbeoordeling van overeenkomstige toepassing.

Lid 2

In het besluit tot verlening van accreditatie bestaande opleiding en de bevestiging daarvan, bedoeld in het derde lid, vermeldt het accreditatieorgaan de datum waarop het visitatierapport moet worden overgelegd met het oog op de eerstvolgende herbeoordeling.

Lid 3

Voor zover de opleiding telkens op alle kwaliteitsaspecten door het accreditatieorgaan positief wordt beoordeeld en de opleiding accreditatie bestaande opleiding behoudt, stuurt het accreditatieorgaan het instellingsbestuur daarvan een bevestiging binnen drie maanden na de datum, bedoeld in het tweede lid, waarop het visitatierapport moet worden overgelegd, tenzij Onze Minister uitstel heeft verleend als bedoeld in het vierde lid in welk geval de door Onze Minister bepaalde datum in de plaats treedt van de datum, bedoeld in het tweede lid. Hij stuurt daarbij een besluit met betrekking tot het eindoordeel bedoeld in artikel 5.15, zesde lid, en in voorkomend geval met betrekking tot een wijziging in de naam en de toevoeging aan de graad, bedoeld in artikel 5.15, tweede lid.

Lid 4

Indien wegens onvoorziene omstandigheden het visitatierapport niet tijdig door het instellingsbestuur kan worden overgelegd, kan Onze Minister besluiten hem daarvan uitstel te verlenen.

Artikel 5.17

Lid 1

Accreditatie bestaande opleiding wordt door het accreditatieorgaan geweigerd indien de kwaliteit van de opleiding negatief wordt beoordeeld op een of meer van de kwaliteitsaspecten, genoemd in artikel 5.12.

Lid 2

In afwijking van het eerste lid, kan het accreditatieorgaan accreditatie bestaande opleiding onder voorwaarden verlenen, indien de tekortkomingen op de kwaliteitsaspecten naar zijn oordeel binnen afzienbare tijd kunnen worden weggenomen. Artikel 5.9, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5.18

Onverminderd artikel 5.16, derde lid, kan het accreditatieorgaan besluiten dat de opleiding accreditatie bestaande opleiding behoudt, ingeval de opleiding bij een herbeoordeling als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, door het accreditatieorgaan op een of meer van de kwaliteitsaspecten genoemd in artikel 5.12 negatief wordt beoordeeld maar de tekortkomingen naar zijn oordeel binnen afzienbare tijd kunnen worden weggenomen. Artikel 5.9, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.