Titel 3. De Registratie instellingen en opleidingen
Wordt genoemd in:
Artikel 6.12a
Vervallen
Artikel 6.13
Lid 1
De Registratie instellingen en opleidingen omvat een systematisch geordende verzameling gegevens met betrekking tot de opleidingen die door de instellingen voor hoger onderwijs verzorgd worden. Onze Minister is belast met de aanleg, het beheer en de bekendmaking van het register en met het verstrekken van informatie uit het register.
Lid 2
Vervallen.
Lid 3
Bij algemene maatregel van bestuur worden de inrichting en de werking van de Registratie instellingen en opleidingen geregeld. Deze bevat bepalingen omtrent het verstrekken van informatie uit het register. Daarbij kan worden bepaald dat voor het verstrekken van informatie aan anderen dan de besturen van de instellingen waarop deze wet betrekking heeft, een in de algemene maatregel van bestuur vastgestelde vergoeding verschuldigd is. De algemene maatregel van bestuur bevat de indeling van het register in onderdelen en voorzover nodig subonderdelen. De onderdelen betreffen gebieden van onderwijs. De indeling bevat ten minste onderdelen voor de volgende gebieden van onderwijs: onderwijs, landbouw en natuurlijke omgeving, techniek, recht, taal en cultuur, en gezondheidszorg. De indeling bevat voorts voor het onderdeel onderwijs in elk geval het subonderdeel lerarenopleidingen op het gebied van de kunst en voor het onderdeel taal en cultuur in elk geval het subonderdeel opleidingen op het gebied van de kunst.
Lid 4
De Registratie instellingen en opleidingen bevat van elke opleiding als bedoeld in artikel 7.3a de volgende gegevens:
de naam van de opleiding en de instelling die de opleiding verzorgt, gesteld in het Nederlands en desgewenst in het Engels of in een andere internationale taal die gangbaar is,
of het hoger beroepsonderwijs dan wel wetenschappelijk onderwijs betreft,
of de opleiding is geaccrediteerd dan wel de toets nieuwe opleiding met positief gevolg heeft ondergaan alsmede de geldigheidsduur daarvan,
de indeling in het register,
indien het een gezamenlijke opleiding, een gezamenlijke afstudeerrichting of een gezamenlijk Ad-programma als bedoeld in artikel 7.3c betreft: aan welke instellingen de opleiding, de afstudeerrichting of het Ad-programma wordt verzorgd,
het voltijdse, deeltijdse of duale karakter,
de studielast waarbij ten aanzien van masteropleidingen is aangegeven of deze is vastgesteld van rechtswege, door het instellingsbestuur of, wat betreft masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs, op zijn verzoek door Onze Minister,
of aan een bacheloropleiding een propedeutisch examen is verbonden,
of het een opleiding gericht op een bepaald beroep betreft, waarvoor bij of krachtens de wet vereisten zijn vastgesteld,
of toepassing is gegeven aan artikel 7.25, vierde lid,
of eisen omtrent het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in artikel 7.27 gesteld worden,
de gemeente, de gemeenten, het openbaar lichaam BES, de openbare lichamen BES of de plaats in het buitenland waar de opleiding is gevestigd,
de door de instelling op grond van artikel 5.21, tweede lid vastgestelde termijn,
de door Onze Minister op grond van artikel 5.21, zesde lid, of artikel 5.32, vastgestelde termijn,
of toepassing is gegeven aan artikel 5.9, tweede lid, artikel 5.17, tweede lid, respectievelijk artikel 5.18,
het tijdstip waarop voor het eerst inschrijving voor de opleiding mogelijk is,
indien de opleiding niet langer zal worden verzorgd, het tijdstip waarop de registratie zal worden beëindigd, alsmede het tijdstip waarop voor het eerst inschrijving in de propedeutische fase van de opleiding of, indien die fase niet is ingesteld, de eerste periode in een associate degree-opleiding of een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van 60 studiepunten, niet meer mogelijk is,
indien toepassing is gegeven aan artikel 5.31, derde lid, de termijn waarvoor accreditatie nieuwe opleiding wordt verlengd,
of Onze Minister met betrekking tot een opleiding toestemming heeft verleend voor het hanteren van specifieke selectiecriteria, bedoeld in artikel 6.7, en in samenhang daarmee voor het vaststellen van een hoger collegegeld als bedoeld in dat artikel,
of binnen de opleiding een programma wordt aangeboden ten aanzien waarvan Onze Minister toestemming heeft verleend voor het hanteren van specifieke selectiecriteria, bedoeld in artikel 6.7, en in samenhang daarmee voor het vaststellen van een hoger collegegeld als bedoeld in dat artikel,
of Onze Minister toestemming heeft verleend voor het vaststellen van een hoger collegegeld als bedoeld in artikel 6.8,
of binnen de opleiding een versneld traject wordt aangeboden als bedoeld in artikel 7.9a,
de graad en de toevoeging ingevolge artikel 7.10a, eerste en tweede lid,
of toepassing is gegeven aan artikel 7.53, eerste lid,
het NLQF-niveau dat is vastgesteld bij of krachtens de Wet NLQF en het daarmee corresponderende EQF-niveau.
Lid 5
De Registratie instellingen en opleidingen bevat van elke opleiding als bedoeld in artikel 7.3b:
de naam van de opleiding en de rechtspersoon waarvan de opleiding uitgaat, en
de gegevens, bedoeld in het vierde lid, onderdelen b tot en met g, m, n, o, q, v, w en y.
Lid 6
Onze Minister legt het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het derde lid, voor aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De voordracht voor die algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat dertig dagen na die voorlegging zijn verstreken.
Artikel 6.14
Lid 1
Het instellingsbestuur doet een aanvraag tot registratie van een opleiding waaraan accreditatie is verleend. Indien er sprake is van het ongedaan maken van een samenvoeging als bedoeld in artikel 6.2, vijfde lid, onderdeel b, doet het instellingsbestuur een nieuwe aanvraag tot registratie van de oorspronkelijke opleidingen. Voor zover er sprake is van het behoud van accreditatie bestaande opleiding doet het accreditatieorgaan een melding tot het registreren van de bevestiging, bedoeld in artikel 5.16, derde lid, en het daarbij vermelden van de datum waarop het eerstvolgende visitatierapport moet worden overgelegd.
Lid 2
De aanvraag geschiedt onder vermelding van de gegevens, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid. Bij de aanvraag voegt het instellingsbestuur het besluit, bedoeld in artikel 5.8, eerste lid, artikel 5.16, eerste lid, of artikel 5.22, tweede lid, en het besluit, bedoeld in artikel 6.2, eerste lid. Het instellingsbestuur dat een aanvraag doet voor registratie van een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs voegt zo nodig het besluit, bedoeld in 7.5c, eerste lid, toe.
Lid 3
Onze Minister registreert binnen een redelijke termijn de opleiding overeenkomstig de door het instellingsbestuur verstrekte gegevens in de Registratie instellingen en opleidingen.
Lid 4
Indien de gegevens niet volledig zijn of de indeling in de Registratie instellingen en opleidingen naar het oordeel van Onze Minister in redelijkheid niet passend kan worden geacht voor de opleiding stelt Onze Minister het instellingsbestuur in de gelegenheid om, binnen een door Onze Minister te bepalen termijn, te voorzien in de ontbrekende gegevens onderscheidenlijk de indeling te herzien. Hij houdt daarbij rekening met de termijn, bedoeld in artikel 5.8, eerste lid, onderdelen a en b. Onverminderd artikel 6.15 weigert Onze Minister registratie in het register uitsluitend, indien Onze Minister de gegevens binnen deze termijn niet of niet volledig heeft ontvangen, indien hij constateert dat de gegevens niet juist zijn, of indien de herziene indeling naar het oordeel van Onze Minister in redelijkheid niet passend geoordeeld kan worden voor de opleiding.
Lid 5
Indien Onze Minister constateert dat de gegevens in de Registratie instellingen en opleidingen onvolledig of onjuist zijn of de indeling niet passend is voor de opleiding, kunnen de gegevens of de indeling door Onze Minister aangepast worden.
Lid 6
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing bij wijziging van de gegevens, bedoeld in artikel 6.13, vierde en vijfde lid.
Artikel 6.15
Lid 1
Onze Minister beëindigt de registratie van een opleiding als bedoeld in artikel 7.3a indien:
het instellingsbestuur te kennen heeft gegeven dat de instelling de opleiding beëindigt, na de termijn bedoeld in artikel 7.3, zesde lid;
accreditatie bestaande opleiding wordt geweigerd of accreditatie wordt ingetrokken, op de datum, bedoeld in artikel 5.21, eerste lid, of na de termijn, bedoeld in het derde lid;
Onze Minister met toepassing van artikel 6.5 heeft besloten dat ten aanzien van de opleiding de rechten, genoemd in artikel 1.9, eerste en tweede lid, ontnomen worden; of
Onze Minister met toepassing van de artikelen 6.9, vierde lid, of 6.10 heeft besloten dat ten aanzien van de opleiding de rechten, bedoeld in artikel 1.12, ontnomen worden.
Lid 2
Onze Minister wijzigt de registratie van het gegeven, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid, onder l, overeenkomstig het besluit, bedoeld in artikel 7.17a.
Lid 3
Onze Minister wijzigt de registratie van het gegeven, bedoeld in artikel 6.13, vierde lid, onderdeel s, overeenkomstig het besluit, bedoeld in artikel 6.7d.
Lid 4
De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, onder a, geschiedt uiterlijk op 28 februari van het kalenderjaar voorafgaand aan het eerste studiejaar waarin de inschrijving voor de propedeutische fase van de bacheloropleiding of, indien die fase niet is ingesteld, de inschrijving voor een opleiding niet meer openstaat.