Titel 20. Wet van [datum] (Stb. ...)

Artikel 18.97

De benoemingen van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel benoemd zijn als lid of plaatsvervangend lid van het college van beroep voor het hoger onderwijs worden van rechtswege beëindigd.

Artikel 18.98

Lid 1

Ten aanzien van de behandeling van beroep dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel aanhangig is bij het college van beroep voor het hoger onderwijs, treedt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de plaats van het college van beroep voor het hoger onderwijs. De bij het college van beroep voor het hoger onderwijs aanhangige zaken worden van rechtswege, in de stand waarin zij zich bevinden, overgedragen aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Lid 2

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de behandeling van onderscheidenlijk verzet, een verzoek om voorlopige voorziening, een verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade of een verzoek om herziening als bedoeld in onderscheidenlijk artikel 8:55, 8:81, 8:88 of 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht, dat voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel is gedaan bij het college van beroep voor het hoger onderwijs.

Lid 3

Voor de toepassing van de artikelen 8:55 en 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van uitspraken die voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel zijn gedaan door het college van beroep voor het hoger onderwijs, treedt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de plaats van het college van beroep voor het hoger onderwijs.

Artikel 18.99

Onverminderd artikel 18.98, eerste lid, tweede volzin, worden de archiefbescheiden van het college van beroep voor het hoger onderwijs overgedragen aan Onze Minister.