Titel 2. Het gemeenschappelijk beleidsorgaan

Wordt genoemd in:

Artikel 12.19

Lid 1

De universiteit en het daaraan verbonden academisch ziekenhuis richten gezamenlijk een gemeenschappelijk beleidsorgaan op.

Lid 2

Het gemeenschappelijk beleidsorgaan heeft tot taak een doelmatige samenwerking op het terrein van het wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek tussen de universiteit en het academisch ziekenhuis te bevorderen.

Artikel 12.20

Lid 1

De oprichting van een gemeenschappelijk beleidsorgaan geschiedt bij een gemeenschappelijke regeling, die wordt getroffen door het college van bestuur en de raad van bestuur, na overleg met de universiteitsraad of ondernemingsraad, onderscheidenlijk de raad van toezicht. De gemeenschappelijke regeling wordt door het college van bestuur en de raad van toezicht gezamenlijk aan Onze Minister gezonden.

Lid 2

Onder het treffen van een gemeenschappelijke regeling wordt mede verstaan het wijzigen van die regeling.

Lid 3

De gemeenschappelijke regeling voorziet in de samenstelling, de bevoegdheden, de taken en de werkwijze van het gemeenschappelijk beleidsorgaan met inachtneming van het in deze wet bepaalde.

Lid 4

In de gemeenschappelijke regeling wordt bepaald op welke wijze geschillen omtrent de uitvoering of toepassing daarvan worden beslist.

Artikel 12.21

Een universiteit en het daaraan verbonden academisch ziekenhuis voeren overleg over de onderlinge afstemming van hun werkzaamheden op het gebied van het wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek. Het gemeenschappelijk beleidsorgaan stelt het document vast, waarin de resultaten van dit overleg zijn vastgelegd. Voorzover de universiteit en het academisch ziekenhuis niet binnen redelijke tijd tot overeenstemming hebben kunnen komen, stelt het gemeenschappelijk beleidsorgaan zelf de onderlinge afstemming van werkzaamheden, bedoeld in de eerste volzin, vast.