Artikel 9.57 Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
Lid 1
De bijzonder hoogleraar kan, onder door het college van bestuur te stellen voorwaarden, gebruikmaken van de collegelokalen, inrichtingen, verzamelingen en hulpmiddelen voor het onderwijs.
Lid 2
De bijzonder hoogleraar heeft toegang met raadgevende stem tot de vergaderingen van de examencommissies van de faculteit waarbij hij is aangesteld.
Lid 3
Met het einde van de maand, waarin een bijzonder hoogleraar de voor de openbare dienst geldende functionele leeftijdsgrens heeft bereikt, wordt hem eervol ontslag verleend.
Lid 4
Op de bijzonder hoogleraar is artikel 9.19, derde en vierde lid, van toepassing.