Titel 2. Toets nieuwe opleiding en accreditatie nieuwe opleiding
Artikel 5.6
Lid 1
Een toets nieuwe opleiding is de toets van een opleiding, zonder accreditatie, op de kwaliteit in het kader van verkrijging van accreditatie.
Lid 2
Een toets nieuwe opleiding wordt uitgevoerd op aanvraag van het instellingsbestuur dan wel, indien de aanvraag betrekking heeft op de eerste opleiding die wordt verzorgd door een rechtspersoon die geaccrediteerde opleidingen wil verzorgen, op aanvraag van het op grond van de statuten daartoe bevoegde orgaan van die rechtspersoon.
Lid 3
Bij de aanvraag vermeldt het instellingsbestuur tevens de door hem beoogde:
visitatiegroep waartoe de opleiding kan behoren;
naam van de opleiding; en
toevoeging aan de graad als bedoeld in artikel 7.10a, tweede lid, voor zover het een opleiding in het hoger beroepsonderwijs betreft.
Lid 4
Een toets nieuwe opleiding is niet vereist indien sprake is van:
het samenvoegen van geaccrediteerde opleidingen, voor zover het accreditatieorgaan in het kader van de aanvraag voor instemming met het verzorgen van de samengevoegde opleiding, bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, onderdeel b, heeft geoordeeld dat de samengevoegde opleiding geen nieuwe opleiding is als bedoeld in artikel 6.2, tweede lid;
het ongedaan maken van een samenvoeging van geaccrediteerde opleidingen als bedoeld in artikel 6.2, vijfde lid;
het gezamenlijk verzorgen van een opleiding als bedoeld in artikel 7.3c, voor zover het accreditatieorgaan in het kader van de aanvraag voor instemming met het verzorgen van de gezamenlijke opleiding, bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, onderdeel e, heeft geoordeeld dat de gezamenlijke opleiding geen nieuwe opleiding is als bedoeld in artikel 6.2, tweede lid; en
het verzorgen van een nieuwe masteropleiding, die de voortzetting vormt van een bestaande geaccrediteerde postinitiële masteropleiding.
Artikel 5.7
Lid 1
In het kader van een toets nieuwe opleiding wordt de kwaliteit van een opleiding beoordeeld aan de hand van de volgende kwaliteitsaspecten:
het beoogde eindniveau van de opleiding, gelet op hetgeen internationaal gewenst en gangbaar is;
de inhoud en opzet van het onderwijsprogramma;
de wijze van beoordeling, toetsing en examinering van de studenten;
de kwaliteit van het docententeam;
de opleidingsspecifieke voorzieningen alsmede de instellingsbrede voorzieningen die van invloed zijn op de kwaliteit van de opleiding, daaronder mede begrepen voldoende studiebegeleiding en voorzieningen die de toegankelijkheid en studeerbaarheid voor studenten met een functiebeperking bevorderen; en
de vormgeving en effectiviteit van de interne kwaliteitszorg gericht op de systematische verbetering van de opleiding.
Lid 2
In het kader van een toets nieuwe opleiding wordt de kwaliteit van een opleiding, waarvan het accreditatieorgaan vast stelt dat daaraan feitelijk al onderwijs wordt verzorgd, beoordeeld aan de hand van de kwaliteitsaspecten, genoemd in de onderdelen a, b en d tot en met f, van het eerste lid alsmede aan de hand van:
het gerealiseerde niveau, gelet op hetgeen internationaal gewenst en gangbaar is; en
de deugdelijkheid van de beoordeling, toetsing en examinering van de studenten.
Lid 3
Het accreditatieorgaan baseert zijn oordeel of een positief besluit op de aanvraag kan worden genomen op een advies van de commissie van deskundigen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, onderdeel b. Van de commissie maakt ten minste een student deel uit.
Lid 4
Het accreditatieorgaan beoordeelt tevens of:
de naam van de opleiding voldoende inzicht biedt in de inhoud van de opleiding en aansluit bij hetgeen gebruikelijk is binnen de sector waartoe de opleiding behoort en binnen de beoogde visitatiegroep; en
de toevoeging aan de graad, bedoeld in artikel 5.6, derde lid, onderdeel c, internationaal herkenbaar is aan de hand van een referentielijst, die bij ministeriële regeling wordt vastgesteld.
Lid 5
Het accreditatieorgaan neemt binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag een besluit.
Lid 6
Het instellingsbestuur is het accreditatieorgaan een vergoeding verschuldigd van de kosten van de beoordeling van de aanvraag, waaronder de beoordeling van de opleiding door de commissie van deskundigen.
Artikel 5.8
Lid 1
Indien bij de toets nieuwe opleiding de kwaliteit van de opleiding door het accreditatieorgaan op alle kwaliteitsaspecten, genoemd in artikel 5.7, eerste, respectievelijk tweede lid, positief wordt beoordeeld, wordt aan de opleiding accreditatie nieuwe opleiding verleend voor de duur van zes jaar, met dien verstande dat:
het instellingsbestuur van een bekostigde instelling de opleiding aanmeldt voor registratie in de Registratie instellingen en opleidingen, bedoeld in artikel 6.14, rekening houdend met de termijn, genoemd in artikel 6.2, zevende lid;
het instellingsbestuur van een niet-bekostigde instelling de opleiding binnen zes maanden aanmeldt voor registratie in de Registratie instellingen en opleidingen, bedoeld in artikel 6.14; en
een opleiding, waaraan bij accreditatieverlening feitelijk nog geen onderwijs wordt verzorgd, drie jaar nadat accreditatie verkregen is, wordt beoordeeld op de kwaliteitsaspecten, genoemd in artikel 5.7, tweede lid, en bij die gelegenheid op die aspecten positief wordt beoordeeld.
Lid 2
In afwijking van het eerste lid kan de termijn waarvoor accreditatie wordt verleend door het accreditatieorgaan worden bekort in verband met gelijktijdige beoordeling binnen de visitatiegroep waartoe de opleiding gaat behoren.
Lid 3
In het besluit tot verlening van accreditatie nieuwe opleiding vermeldt het accreditatieorgaan de datum waarop een aanvraag voor accreditatie bestaande opleiding moet worden ingediend.
Lid 4
Onze Minister kan de termijn waarvoor accreditatie is verleend in geval van onvoorziene omstandigheden verlengen.
Lid 5
Artikel 5.7, zesde lid, en artikel 5.10 zijn op de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5.9
Lid 1
Accreditatie nieuwe opleiding wordt door het accreditatieorgaan geweigerd indien:
uit de aanvraag blijkt dat de opleiding die de instelling verzorgt of voornemens is te verzorgen geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een opleiding, verzorgd door dezelfde instelling, waarvoor accreditatie is geweigerd of is ingetrokken als bedoeld in artikel 5.19 of artikel 5.20, minder dan drie jaar voorafgaand aan de aanvraag; of
de kwaliteit van de opleiding negatief wordt beoordeeld op een of meer kwaliteitsaspecten, genoemd in artikel 5.7.
Lid 2
In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, kan het accreditatieorgaan accreditatie nieuwe opleiding onder voorwaarden verlenen, indien de tekortkomingen op de kwaliteitsaspecten naar zijn oordeel binnen afzienbare tijd kunnen worden weggenomen.
Lid 3
Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald in welke gevallen accreditatie nieuwe opleiding onder voorwaarden kan worden verleend en welke voorschriften aan accreditatie nieuwe opleiding onder voorwaarden kunnen worden verbonden. De voordracht voor de algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Artikel 5.10
Lid 1
Het accreditatieorgaan legt in het accreditatierapport vast:
het advies van de commissie van deskundigen over de kwaliteitsaspecten;
zijn bevindingen;
de te verbeteren kwaliteitsaspecten, voor zover zich naar zijn oordeel ten aanzien van een of meer van die aspecten tekortkomingen voordoen die binnen afzienbare tijd kunnen worden weggenomen;
het eindoordeel voldoende of onvoldoende;
het onderdeel van de Registratie instellingen en opleidingen, bedoeld in artikel 6.13, dat naar zijn oordeel voor de opleiding passend is;
het oordeel over de naam en de toevoeging aan de graad, bedoeld in artikel 5.6, derde lid, onderdelen b en c;
de bijzondere kenmerken van de opleiding, voor zover van toepassing.
Lid 2
Het accreditatierapport is onderdeel van het besluit op de aanvraag voor een toets nieuwe opleiding.
Lid 3
Alvorens een besluit te nemen op de aanvraag stelt het accreditatieorgaan binnen een door hem te bepalen termijn het instellingsbestuur in de gelegenheid zijn zienswijze over het voorgenomen besluit naar voren te brengen.
Lid 4
Gelijktijdig met de bekendmaking aan het instellingsbestuur van het besluit op de aanvraag, publiceert het accreditatieorgaan het besluit op een voor ieder kenbare wijze.