Titel 2. Wet van 6 juni 2002 (Stb. 303)
Artikel 18.6
Vervallen
Artikel 18.7
Vervallen
Artikel 18.8
Vervallen
Artikel 18.9
Vervallen
Artikel 18.10
Vervallen
Artikel 18.11
Vervallen
Artikel 18.12
Vervallen
Artikel 18.13
Vervallen
Artikel 18.14
Vervallen
Artikel 18.15
Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip kunnen aan een bekostigde of aangewezen universiteit of aan de Open Universiteit opleidingen als bedoeld in artikel 7.3, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, worden verzorgd, voorzover die opleidingen op 31 augustus 2002 aan die instelling zijn verbonden. Het tijdstip, vastgesteld bij het in de eerste volzin bedoelde koninklijk besluit, is 1 september van enig jaar. Het koninklijk besluit wordt vastgesteld en bekendgemaakt voor 1 september van het jaar dat voorafgaat aan het tijdstip, vastgesteld bij dat besluit.
Artikel 18.16
Vervallen
Artikel 18.17
Vervallen
Artikel 18.18
Vervallen
Artikel 18.19
Lid 1
De opleidingen in het hoger beroepsonderwijs waarvan de studielast op 31 augustus 2002 168 studiepunten bedroeg, zijn met ingang van 1 september 2002 bacheloropleidingen als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a.
Lid 2
Onder de opleidingen, bedoeld in het eerste lid, worden mede begrepen de opleidingen die zijn ingesteld en geregistreerd in de Registratie instellingen en opleidingen dan wel tijdig voor registratie in dat register zijn aangemeld.
Artikel 18.20
Lid 1
Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip kunnen aan een bekostigde hogeschool opleidingen in het hoger beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 7.4, vierde en vijfde lid, zoals die artikelleden op 31 augustus 2002 luidden, worden verzorgd, voorzover die opleidingen op 31 augustus 2002 aan die hogeschool zijn verbonden. Artikel 18.15, tweede en derde volzin, is van toepassing.
Lid 2
Met ingang van het tijdstip, vastgesteld bij het in het eerste lid bedoelde koninklijk besluit, worden geen studenten of extraneï voor de eerste maal voor de propedeutische fase van een opleiding als bedoeld in dit artikel ingeschreven.
Lid 3
Het in het eerste lid bedoelde tijdstip kan voor de onderscheiden opleidingen verschillend worden bepaald.
Artikel 18.21
Vervallen
Artikel 18.22
Vervallen
Artikel 18.23
Vervallen
Artikel 18.24
Vervallen
Artikel 18.25
Vervallen
Artikel 18.26
Vervallen
Artikel 18.27
Vervallen
Artikel 18.28
Vervallen
Artikel 18.29
Lid 1
Aan de bacheloropleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in de Registratie instellingen en opleidingen, en waarvan de beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, heeft plaatsgevonden voor 1 januari 2000, is accreditatie verbonden tot en met 31 december 2005.
Lid 2
Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in de Registratie instellingen en opleidingen, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het zesde jaar na de laatste beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, indien die beoordeling heeft plaatsgevonden:
na 31 december 1999 en voor 1 januari 2004, of
na 1 januari 2004 en de instelling aantoont dat op 1 december 2001 de start van die beoordeling was gepland op een datum die eerder is dan de eerste plaatsing van de accreditatiekaders in de Staatscourant.
Lid 3
Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a, die een voortzetting vormen van opleidingen die blijkens de Registratie instellingen en opleidingen zijn gestart of zullen starten met ingang van enig studiejaar, in de periode van de studiejaren vanaf 2000–2001 tot en met 2003–2004, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het kalenderjaar zes jaar na de start van de opleiding.
Artikel 18.30
Lid 1
Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 18.20, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in de Registratie instellingen en opleidingen, en waarvan de beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, heeft plaatsgevonden voor 1 januari 2000, is accreditatie verbonden tot en met 31 december 2005.
Lid 2
Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 18.20, die een voortzetting vormen van opleidingen die voor de dag van de datum van inwerkingtreding van de wet van 6 juni 2002 (Stb. 303) zijn geregistreerd in de Registratie instellingen en opleidingen, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het zesde jaar na de laatste beoordeling, bedoeld in artikel 1.18, indien die beoordeling heeft plaatsgevonden:
na 31 december 1999 en voor 1 januari 2004, of
na 1 januari 2004 en de instelling aantoont dat op 1 december 2001 de start van die beoordeling was gepland op een datum die eerder is dan de eerste plaatsing van de accreditatiekaders in de Staatscourant.
Lid 3
Aan de opleidingen, bedoeld in artikel 18.20, die een voortzetting vormen van opleidingen die blijkens de Registratie instellingen en opleidingen zijn gestart of zullen starten met ingang van enig studiejaar, in de periode van de studiejaren vanaf 2000–2001 tot en met 2003–2004, is accreditatie verbonden tot en met 31 december van het kalenderjaar zes jaar na de start van de opleiding.
Artikel 18.31
Op opleidingen waaraan op grond van de artikelen 18.27, 18.28, 18.29 of 18.30, accreditatie is verbonden, zijn van overeenkomstige toepassing de artikelen 6.5, met uitzondering van het eerste lid, onderdelen b en c, 6.6, eerste lid, en 6.10, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel b, zoals die artikelen van toepassing waren op 25 september 2003.
Artikel 18.32
Vervallen
Artikel 18.32 ab
Onze Minister kan besluiten de vervaldatum van het besluit tot verlening van accreditatie eenmalig te wijzigen.
Artikel 18.32 ac
Onze Minister kan besluiten de vervaldatum van het besluit tot verlening van de toets nieuwe opleiding eenmalig te wijzigen.
Artikel 18.32a
In afwijking van artikel 5a.9, zesde lid en 5a.13f kan Onze Minister eenmalig besluiten de termijn van accreditatie voor door hem aangewezen bachelor- en masteropleidingen, bedoeld in de artikelen 7.3a, eerste lid en tweede lid en 7.3b, te verlengen voor de duur van maximaal twee jaar.
Artikel 18.32b
Lid 1
Gedurende drie jaar na inwerkingtreding van de Wet van 24 juni 2010 (Stb. 293) wordt een aanvraag om instellingstoets kwaliteitszorg ingediend, in afwijking van artikel 5a.13a, op grond van dit artikel en artikel 18.32c.
Lid 2
Binnen twee maanden na inwerkingtreding van de Wet van 24 juni 2010 (Stb. 293) dient een instellingsbestuur een aanvraag in bij het accreditatieorgaan, indien zij in aanmerking wil komen voor een besluit tot deelname aan het invoeringsregime als bedoeld in artikel 18.32c.
Lid 3
Het accreditatieorgaan neemt een positief besluit op de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, als het instellingsbestuur voor ten minste de helft van het aangeboden aantal opleidingen een besluit om accreditatie op grond van artikel 5a.8 heeft.
Lid 4
Indien blijkt dat alle instellingsbesturen die deelnemen aan het invoeringsregime een aanvraag om instellingstoets kwaliteitszorg hebben gedaan en er capaciteit bij het accreditatieorgaan is voor nieuwe aanvragen om instellingstoets kwaliteitszorg die onbenut blijft gedurende deze drie jaar, kan het accreditatieorgaan de aanvragen in behandeling nemen, indien een instellingsbestuur heeft laten blijken belangstelling te hebben voor het indienen van een aanvraag. Artikel 18.32c is op deze aanvragen niet van toepassing.
Artikel 18.32c
Lid 1
Het besluit tot deelname aan het invoeringsregime houdt in dat in afwijking van artikel 5a.13e, eerste lid, de aanvragen om accreditatie en toets nieuwe opleiding worden ingediend en beoordeeld op grond van artikel 5a.13f en 5a.13g.
Lid 2
Aan het besluit tot deelname aan het invoeringsregime is de verplichting voor het instellingsbestuur verbonden op een door het accreditatieorgaan te bepalen tijdstip een aanvraag om instellingstoets kwaliteitszorg in te dienen. Het tijdstip is niet gelegen na drie jaar na de inwerkingtreding van de Wet van 24 juni 2010 (Stb. 293).
Lid 3
Een besluit tot het verlenen van accreditatie of toets nieuwe opleiding in het kader van het invoeringsregime vervalt in afwijking van artikel 5a.9, zevende lid, onderscheidenlijk artikel 5a.11, zesde lid, onder a, na vier jaar.
Lid 4
Indien het accreditatieorgaan besluit een instellingstoets kwaliteitszorg te verlenen, dan wordt de duur van de accreditatie of toets nieuwe opleiding, bedoeld in het derde lid, verlengd tot zes jaar.
Lid 5
Indien het accreditatieorgaan besluit geen instellingstoets kwaliteitszorg te verlenen dan wel indien het instellingsbestuur niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in het tweede lid, is het instellingsbestuur verplicht binnen een jaar na de datum waarop het accreditatieorgaan het besluit heeft genomen dat geen instellingstoets kwaliteitszorg wordt verleend of binnen een jaar na het door het accreditatieorgaan bepaalde tijdstip, bedoeld in het tweede lid, waarop het instellingsbestuur aan de daar genoemde verplichting had moeten voldoen, een aanvraag om toetsing van de aspecten van artikel 5a.8, tweede lid, onderdelen d tot en met f, of artikel 5a.10a, tweede lid, onderdelen d tot en met f, bij het accreditatieorgaan in te dienen voor de aanvragen tot het verlenen van accreditatie of een toets nieuwe opleiding die zijn ingediend en beoordeeld volgens het invoeringsregime. Het accreditatieorgaan besluit binnen drie maanden op de aanvraag en indien het accreditatieorgaan positief besluit op de aanvraag, bedoeld in de eerste volzin, wordt de duur van de accreditatie of toets nieuwe opleiding verlengd tot zes jaar. Bij een negatief besluit van het accreditatieorgaan zijn artikel 5a.12, eerste tot en met vijfde lid, en artikel 5a.12a van overeenkomstige toepassing.
Lid 6
In afwijking van het derde lid wordt het besluit tot het verlenen van accreditatie of toets nieuwe opleiding verlengd tot aan het einde van het studiejaar of, indien nodig, tot aan het einde van het daarop volgende studiejaar, indien het accreditatieorgaan niet over de aanvraag op grond van het tweede of vijfde lid heeft besloten.
Artikel 18.33
Voor de toepassing van artikel 7.8b, vijfde lid, tweede volzin, wordt onder bacheloropleiding mede begrepen de daarmee overeenkomende opleiding in het wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in artikel 18.14 of artikel 18.15.
Artikel 18.34
Vervallen
Artikel 18.35
Vervallen
Artikel 18.36
Vervallen
Artikel 18.37
Degene die op of voor 31 augustus 2002 voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7.18, tweede lid, onder a, zoals die bepaling luidde op 31 augustus 2002, wordt gelijkgesteld aan degene die voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 7.18, tweede lid, onder a.
Artikel 18.38
De bezitter van een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd kandidaats- of afsluitend examen aan een instelling voor hoger onderwijs is vrijgesteld van de vooropleidingseisen, bedoeld in artikel 7.24, eerste of tweede lid, onverminderd het derde lid van dat artikel.
Artikel 18.39
Lid 1
Degenen die op grond van artikel 7.20a, zoals die bepaling op 31 augustus 2002 luidde, gerechtigd waren tot het voeren van de titel kandidaat, blijven gerechtigd die titel te voeren overeenkomstig dat artikel.
Lid 2
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op degenen die na 31 augustus 2002 met goed gevolg het kandidaatsexamen van een opleiding als bedoeld in artikel 18.14 of van een opleiding als bedoeld in artikel 18.15 hebben afgelegd.
Artikel 18.40
Degene die voorafgaand aan het studiejaar 2002–2003 een aanvang heeft gemaakt met een opleiding in het hoger beroepsonderwijs en aan wie na 31 augustus 2002 doch voor 1 september 2006 op grond van het met goed gevolg afleggen van het afsluitend examen van een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs de graad Bachelor is verleend, is tevens gerechtigd tot het voeren van de titel Bachelor overeenkomstig artikel 7.21, tweede en derde lid, zoals die bepalingen op 31 augustus 2002 luidden.
Artikel 18.41
Vervallen
Artikel 18.42
Vervallen
Artikel 18.43
Vervallen
Artikel 18.44
Vervallen
Artikel 18.45
Vervallen