Artikel 4 Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme

Lid 1

Een instelling voldoet aan artikel 3, tweede lid, onderdelen a en b, en indien van toepassing het derde en vierde lid van dat artikel, voordat de zakelijke relatie wordt aangegaan of een incidentele transactie als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, onderdelen b en g, zesde en zevende lid, wordt uitgevoerd.

Lid 2

Bij het aangaan van een nieuwe zakelijke relatie met een cliënt als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, of vierde lid, beschikt de instelling over een bewijs van inschrijving in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007, en stelt de instelling vast of de uiteindelijk belanghebbenden van de cliënt zijn opgenomen als bedoeld in artikel 15a van die wet.

Lid 3

In afwijking van het eerste lid is het een instelling toegestaan de identiteit van de cliënt en, indien van toepassing, de identiteit van de uiteindelijk belanghebbende te verifiëren tijdens het aangaan van de zakelijke relatie, indien dit noodzakelijk is om de dienstverlening niet te verstoren en indien er weinig risico op witwassen of financieren van terrorisme bestaat. In dat geval verifieert de instelling de identiteit zo spoedig mogelijk na het eerste contact met de cliënt.

Lid 4

In afwijking van het eerste lid is het een bank of andere financiële onderneming toegestaan een rekening, met inbegrip van een rekening voor effectentransacties, te openen voordat de verificatie van de identiteit van de cliënt heeft plaatsgevonden, indien zij waarborgt dat deze rekening niet kan worden gebruikt voordat de verificatie heeft plaatsgevonden.

Lid 5

In afwijking van het eerste lid kan een notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel d, de identiteit van de cliënt en, indien van toepassing, van de uiteindelijk belanghebbende verifiëren op het moment dat identificatie op grond van artikel 39 van de Wet op het notarisambt is vereist.

Lid 6

In afwijking van het eerste lid is het een instelling toegestaan om de identiteit van de begunstigde van een trust of van een soortgelijke juridische constructie pas vast te stellen op het tijdstip van uitbetaling of op het tijdstip waarop de begunstigde zijn definitieve rechten uitoefent, mits de begunstigde voor het aangaan van de zakelijke relatie of het uitvoeren van een incidentele transactie aan de hand van specifieke kenmerken of naar categorie is omschreven en de instelling zodanige informatie inwint dat zij in staat is de identiteit van de begunstigde vast te stellen op het tijdstip van uitbetaling of op het tijdstip waarop de begunstigde zijn definitieve rechten uitoefent.

Lid 7

Bij het aangaan van een nieuwe zakelijke relatie met een cliënt als bedoeld in artikel 3, derde lid, beschikt de instelling over een bewijs van inschrijving in het register, bedoeld in artikel 4 van de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies dan wel in een ander register als bedoeld in artikel 31 van de vierde anti- witwasrichtlijn dat in een andere lidstaat van de Europese Unie wordt bijgehouden, en stelt de instelling vast of de uiteindelijk belanghebbenden van de cliënt zijn geregistreerd als bedoeld in artikel 11 van de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies.

Recente uitspraken

Art. 4 Wwft is sinds 2017 in 8 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Rb. Rotterdam en CBb.

  • ECLI:NL:CBB:2017:235 — 29-06-2017 CBb
    Boete van € 1.500,- voor niet verrichten cliëntenonderzoek. Overtreding artikelen 3 en 33 van de Wwft. Hoger beroep ongegrond.
  • ECLI:NL:GHAMS:2026:56 — 13-01-2026 Hof Amsterdam
    Feitelijk leidinggeven aan overtredingen Wwft gepleegd door een rechtspersoon. Partiële nietigheid dagvaarding. Absolute verjaring. Verweer niet-ontvankelijkehdi openbaar ministerie vanwege schending vertrouwensbeginsel wordt verworpen. Overweging mbt strafbaarheid verdachte.
  • ECLI:NL:GHAMS:2026:55 — 13-01-2026 Hof Amsterdam
    Overtreding Wwft gepleegd door een rechtspersoon. Partiële nietigheid dagvaarding. Absolute verjaring. Verweer niet-ontvankelijkehdi openbaar ministerie vanwege schending vertrouwensbeginsel wordt verworpen. Overweging mbt strafbaarheid verdachte.
  • ECLI:NL:GHAMS:2021:1456 — 01-06-2021 Hof Amsterdam
    Klager verwijt de notaris dat zij het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid niet heeft gevolgd en haar geheimhoudingsplicht heeft geschonden. Identificatieplicht notaris. Schending geheimhoudingsplicht. Klacht deels gegrond/deels ongegrond. Waarschuwing en kostenveroordeling.
  • ECLI:NL:RBROT:2022:11948 — 16-09-2022 Rb. Rotterdam
    In deze zaken gaat het om de negatieve betrouwbaarheidsoordelen die DNB heeft geveld over eisers en de daaruit voortvloeiende besluitvorming van DNB. Deze negatieve betrouwbaarheidsoordelen heeft DNB mede gestoeld op handhavingsbesluiten die de AFM heeft genomen. Eisende…

Bekijk alle 8 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.