Uitspraken over Artikel 241a Faillissementswet
Art. 241a Fw is sinds 2006 in 9 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Zeeland-West-Brabant, Rb. Oost-Brabant en Hof Amsterdam.
Pagina 1 van 1 — 9 uitspraken in totaal, gesorteerd op gezagsvolgorde (Hoge Raad → Hof → Rechtbank)
- ECLI:NL:HR:2013:1910 — 13-12-2013 Hoge Raad Civiel recht
Prejudiciële beslissing, art. 392 Rv. Uitleg art. 241c lid 2 Fw. Geldt deze bepaling mede ten behoeve van houder van stil pandrecht op aan schuldenaar toebehorende zaak? Verschil met HR 17 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BE7451, NJ 2009/92 (Singulus/Nemox). Strekking van art. 241c… - ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ4329 — 28-09-2006 Hof Amsterdam Civiel recht
Ontvanger heeft zich kunnen verhalen op machines door de werking van de afkoelingsperiode, maar in strijd met de strekking daarvan. Belang van de boedel en continuïteit van de onderneming. Bodembeslag niet aan schuldeiser tegenwerpen; geen bankgarantie verlangen. - ECLI:NL:RBOBR:2025:2302 — 14-04-2025 Rb. Oost-Brabant Civiel recht
Verzet WGBZ; niet-ontvankelijk i.v.m. niet binnen verzettermijn ingediend; tevens niet toewijsbaar omdat geen sprake is van gelijkluidende verzoeken bij eenzelfde rechtbank. - ECLI:NL:RBZWB:2023:5861 — 14-03-2023 Rb. Zeeland-West-Brabant Civiel recht
WHOA. Verlenging (groeps)afkoelingsperiode. - ECLI:NL:RBZWB:2022:8630 — 24-11-2022 Rb. Zeeland-West-Brabant Civiel recht
WHOA. Afkondiging (groeps)afkoelingsperiode. Kop/staart. - ECLI:NL:RBZWB:2022:8629 — 24-11-2022 Rb. Zeeland-West-Brabant Civiel recht
WHOA. Afkondigen (groeps)afkoelingsperiode. Internationaal aspect. - ECLI:NL:RBMNE:2021:4412 — 18-08-2021 Rb. Midden-Nederland Civiel recht
Bewindvoerder in een surseance krijgt niet opnieuw een afkoelingsperiode of een verlenging achteraf van een reeds afgelopen afkoelingsperiode. - ECLI:NL:RBAMS:2013:8883 — 04-12-2013 Rb. Amsterdam Civiel recht
Een afkoelingsperiode in surseance van betaling komt in mindering op de termijn van de afkoelingsperiode in een daarop aansluitend faillissement. - ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ2201 — 20-02-2013 Rb. Oost-Brabant Civiel recht
Korte samenvatting: Prejudiciële vraag aan de Hoge Raad. Een stil pandhouder vraagt om afgifte van verpande zaken nadat surséance van betaling is verleend aan de pandgever, maar afgifte wordt geweigerd i.v.m. een afkoelingsperiode. Binnen die periode wordt de pandgever failliet…
Bron: Rechtspraak.nl. Koppelingen worden gemaakt op basis van artikelverwijzingen in de uitspraaktekst.