Artikel 45 Gerechtsdeurwaarderswet
Lid 1
Tegen een beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders inzake een tegen een gerechtsdeurwaarder gerezen bezwaar kan door Onze Minister, de betrokken gerechtsdeurwaarder of de klager binnen dertig dagen na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving, bedoeld in artikel 43, zevende lid, bij met redenen omkleed beroepschrift, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.
Lid 2
Het beroepschrift wordt ingediend bij de griffier van het gerechtshof tezamen met een afschrift van de beslissing waartegen het beroep is gericht.
Lid 3
Het beroep wordt behandeld door een kamer van het gerechtshof, belast met de behandeling van burgerlijke zaken.
Lid 4
De leden van het gerechtshof kunnen zich verschonen en kunnen worden gewraakt, indien er te hunnen aanzien feiten of omstandigheden bestaan, waardoor in het algemeen de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Titel IV van het Vierde Boek van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
in plaats van het openbaar ministerie en de verdachte Onze Minister, de gerechtsdeurwaarder en de klager een verzoek om wraking kunnen doen;
deze voordracht mondeling of schriftelijk uiterlijk bij de aanvang van de behandeling moet worden gedaan, tenzij de feiten of omstandigheden die aan het verzoek ten grondslag liggen eerst in de loop van de behandeling ontstaan of bekend worden en
degene die met de andere leden van het gerechtshof over wraking zal beslissen, wordt aangewezen uit de niet met de behandeling van de zaak belaste leden en plaatsvervangende leden van het hof.
Lid 5
Door het beroep wordt de tenuitvoerlegging van de opgelegde maatregel geschorst.
Lid 6
Artikel 38 is van overeenkomstige toepassing gedurende de behandeling van het hoger beroep.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 45 Gdw is sinds 2008 in 13 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2334 — 11-08-2026 Hof Amsterdam
Klacht tegen een gerechtsdeurwaarder. Hoger beroep tegen ongegrond verklaard verzet. Rechtsmiddelenverbod. Artikel 39 lid 4 Gerechtsdeurwaarderswet. Motiveringsgebrek is geen doorbrekingsgrond. Hoger beroep niet-ontvankelijk. - ECLI:NL:GHAMS:2026:1676 — 23-06-2026 Hof Amsterdam
Klacht tegen een toegevoegd gerechtsdeurwaarder. Hoger beroep tegen ongegrond verklaard verzet. Artikel 39 lid 4 Gerechtsdeurwaarderswet. Geen doorbrekingsgrond. Hoger beroep niet-ontvankelijk. - ECLI:NL:GHAMS:2026:1658 — 16-06-2026 Hof Amsterdam
Klacht tegen een gerechtsdeurwaarder. Hoger beroep tegen ongegrond verklaard verzet. Artikel 39 lid 4 Gerechtsdeurwaarderswet. Geen doorbreking rechtsmiddelenverbod. Hoger beroep afgewezen. - ECLI:NL:GHAMS:2025:3310 — 09-12-2025 Hof Amsterdam
Klacht tegen gerechtsdeurwaarders. Hoger beroep tegen ongegrond verklaard verzet. Artikel 39 lid 4 Gerechtsdeurwaarderswet. Geen doorbreking rechtsmiddelenverbod. Hoger beroep afgewezen. - ECLI:NL:GHAMS:2025:1946 — 29-07-2025 Hof Amsterdam
Klacht tegen een toegevoegd gerechtsdeurwaarder. Betekening vonnis. Proceskosten mochten nog niet worden betekend (eerst aanschrijven). Eenmalige vergissing. ECLI:NL:GHAMS:2018:3251. Klacht ongegrond.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.