Artikel 30b Gerechtsdeurwaarderswet

Lid 1

Indien het Bureau bij de uitoefening van het toezicht van feiten of omstandigheden blijkt die naar zijn oordeel grond opleveren voor het opleggen van een tuchtmaatregel, kan het een klacht indienen bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders, tenzij toepassing wordt gegeven aan het tweede lid.

Lid 2

Het Bureau kan voor de overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, eerste of vijfde lid, 19a, en 31, eerste lid, de overtreder een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom opleggen.

Lid 3

De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag van de geldboete van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Lid 4

Een bestuurlijke boete wordt niet opgelegd indien tegen de overtreder vanwege dezelfde gedraging een klacht bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders is ingediend.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 30b Gdw is sinds 2020 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam.

  • ECLI:NL:GHAMS:2020:3007 — 17-11-2020 Hof Amsterdam
    Klacht BFT tegen een gerechtsdeurwaarder. Bewaringstekort. Financiële en dossieradministratie niet op orde. Ontoereikende liquiditeit en solvabiliteit. Keuze voor indienen klacht in plaats van benoemen stille bewindvoerder is begrijpelijk, maar is in beginsel hoe dan ook aan het…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.