Artikel 41 Gerechtsdeurwaarderswet
Lid 1
De voorzitter bepaalt het tijdstip voor de behandeling ter zitting van de zaak. De secretaris roept de betrokken gerechtsdeurwaarder en de klager ten minste tien dagen van tevoren schriftelijk op voor het tijdstip van behandeling.
Lid 2
Wordt op de zitting de behandeling van de zaak voor een bepaalde tijd uitgesteld of geschorst, dan wordt geen nieuwe kennisgeving als bedoeld in het eerste lid gedaan.
Lid 3
De behandeling ter zitting van de kamer voor gerechtsdeurwaarders geschiedt in het openbaar. De kamer voor gerechtsdeurwaarders kan om gewichtige redenen bevelen, dat de behandeling geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren zal plaatsvinden.
Lid 4
De betrokken gerechtsdeurwaarder en de klager kunnen zich doen bijstaan of zich doen vertegenwoordigen door een gemachtigde.
Lid 5
De kamer voor gerechtsdeurwaarders kan weigeren bepaalde personen, die geen advocaat zijn, als raadsman toe te laten. Bij zodanige weigering houdt de kamer de zaak tot een volgende zitting aan.
Lid 6
De secretaris van de kamer voor gerechtsdeurwaarders stelt de betrokken gerechtsdeurwaarder en de klager, alsmede hun gemachtigden dan wel degenen die hen bijstaan, tijdig tevoren in de gelegenheid om van de op de zaak betrekking hebbende stukken kennis te nemen. Met betrekking tot de voor de verstrekking van afschriften of uittreksels in rekening te brengen vergoedingen en met betrekking tot kosteloze verstrekkingen is het terzake bepaalde bij of krachtens de Wet griffierechten burgerlijke zaken van overeenkomstige toepassing.
Lid 7
Aan de betrokken gerechtsdeurwaarder en de klager of hun gemachtigden en aan degenen die hen bijstaan wordt de gelegenheid gegeven het woord te voeren en hun standpunt toe te lichten.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 41 Gdw is sinds 2011 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ3127 — 19-04-2011 Hof Amsterdam
Het BFT verwijt de gerechtsdeurwaarders dat zij een bewaringstekort hebben laten ontstaan en dat zij dat tekort – in strijd met artikel 19 lid 3 Gdw – niet terstond hebben aangevuld. Het hof ziet geen aanleiding anders te oordelen dan de kamer inzake de gegrondheid van de inhoud…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.