Artikel 40 Gerechtsdeurwaarderswet

Lid 1

Indien artikel 39, eerste lid, geen toepassing vindt of het verzet gegrond is verklaard, zendt de secretaris zo spoedig mogelijk een afschrift van het klaagschrift en de daarbij gevoegde bescheiden aan de betrokken gerechtsdeurwaarder.

Lid 2

Binnen een maand na dagtekening van de verzending van de in het eerste lid bedoelde bescheiden kan de betrokken gerechtsdeurwaarder een verweerschrift indienen; de voorzitter kan deze termijn op verzoek verlengen. De secretaris zendt afschrift van dit geschrift aan de klager.

Lid 3

De voorzitter is bevoegd aan de betrokken gerechtsdeurwaarder te vragen binnen een door hem te bepalen termijn schriftelijke inlichtingen te verschaffen en onder hem berustende of te zijner beschikking staande bescheiden, al dan niet in gewaarmerkt afschrift, en voorwerpen in te zenden.

Dit artikel verwijst naar:

Recente uitspraken

Art. 40 Gdw is sinds 2011 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam.

  • ECLI:NL:GHAMS:2016:2833 — 19-07-2016 Hof Amsterdam
    Artikel 39 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat tegen de beslissing van de kamer op het verzet voor de klager geen rechtsmiddel openstaat. Van dit rechtsmiddelenverbod kan slechts worden afgeweken, indien bij de totstandkoming van de beslissing een zo fundamenteel…
  • ECLI:NL:GHAMS:2016:2832 — 19-07-2016 Hof Amsterdam
    Artikel 39 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat tegen de beslissing van de kamer op het verzet voor de klager geen rechtsmiddel openstaat. Van dit rechtsmiddelenverbod kan slechts worden afgeweken, indien bij de totstandkoming van de beslissing een zo fundamenteel…
  • ECLI:NL:GHAMS:2016:2831 — 19-07-2016 Hof Amsterdam
    Artikel 39 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat tegen de beslissing van de kamer op het verzet voor de klager geen rechtsmiddel openstaat. Van dit rechtsmiddelenverbod kan slechts worden afgeweken, indien bij de totstandkoming van de beslissing een zo fundamenteel…
  • ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ3127 — 19-04-2011 Hof Amsterdam
    Het BFT verwijt de gerechtsdeurwaarders dat zij een bewaringstekort hebben laten ontstaan en dat zij dat tekort – in strijd met artikel 19 lid 3 Gdw – niet terstond hebben aangevuld. Het hof ziet geen aanleiding anders te oordelen dan de kamer inzake de gegrondheid van de inhoud…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.