Artikel 36 Gerechtsdeurwaarderswet

1 uitspraak verwijst naar dit artikel ›

Lid 1

De voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden en de secretaris van de kamer voor gerechtsdeurwaarders zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarover zij bij de uitoefening van hun taak de beschikking krijgen en waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit hun ambt de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

Lid 2

Het bepaalde in de artikelen 46c, onderdelen b en c, 46ca, eerste lid, onderdeel d, 46d, tweede lid, 46f, 46i met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46j, 46l, eerste en derde lid, 46m, 46o en 46p van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de leden en de plaatsvervangende leden van de kamer voor gerechtsdeurwaarders.

Lid 3

Het lidmaatschap van de kamer voor gerechtsdeurwaarders van leden en plaatsvervangend leden vervalt van rechtswege indien zij ophouden te voldoen aan de vereisten voor benoeming.

Lid 4

De artikelen 13a, 13b, uitgezonderd het eerste lid, onderdelen b en c, en vierde lid, en 13c tot en met 13g van de Wet op de rechterlijke organisatie zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van gedragingen van de leden en de plaatsvervangende leden van de kamer voor gerechtsdeurwaarders, met dien verstande dat:

  1. voor de overeenkomstige toepassing van die artikelen onder «het betrokken gerechtsbestuur» wordt verstaan: de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders; en

  2. de procureur-generaal niet verplicht is aan het verzoek, bedoeld in artikel 13a, te voldoen, indien de verzoeker redelijkerwijs onvoldoende belang heeft bij een onderzoek als bedoeld in datzelfde artikel.

Recente uitspraken

Art. 36 Gdw is sinds 2008 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam.

  • ECLI:NL:GHAMS:2008:BG5715 — 25-11-2008 Hof Amsterdam
    Daargelaten of hoger beroep tegen een tussenbeslissing als de onderhavige (strekkende tot aanhouding van de beslissing) in zijn algemeenheid mogelijk is, overweegt het hof dat met betrekking tot een beslissing op een verzoek tot schorsing slechts beroep mogelijk is in de in…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.