Artikel 3 Gerechtsdeurwaarderswet

Lid 1

De gerechtsdeurwaarder is bevoegd tot het verrichten van ambtshandelingen op het grondgebied van Nederland.

Lid 2

De gerechtsdeurwaarder is niet bevoegd tot het verrichten van ambtshandelingen ten behoeve van of gericht tegen:

  1. zichzelf, zijn echtgenoot, geregistreerde partner of een persoon met wie hij een duurzame relatie onderhoudt en samenwoont;

  2. zijn bloed- of aanverwanten, in rechte lijn onbepaald en in de zijlijn tot en met de derde graad;

  3. een natuurlijke persoon, niet zijnde een gerechtsdeurwaarder, of rechtspersoon, waarvan de aandelen niet volledig in het bezit zijn van een gerechtsdeurwaarder, die direct of indirect aandelen bezit van of de functie van directeur vervult in de rechtspersoon die het kantoor houdt van waaruit de gerechtsdeurwaarder zijn ambtshandelingen verricht.

Lid 3

De gerechtsdeurwaarder is niet bevoegd tot het verrichten van ambtshandelingen ten behoeve van of gericht tegen:

  1. de bloed- en aanverwanten van een persoon met wie hij een duurzame relatie onderhoudt en samenwoont, in rechte lijn onbepaald en in de zijlijn tot en met de derde graad;

  2. een rechtspersoon waarvan hij weet of had behoren te weten dat een van de personen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, dan wel een van hun bloed of aanverwanten in rechte lijn daarin een meerderheid van de aandelen bezit of de functie van directeur vervult.

Lid 4

Ambtshandelingen, verricht in strijd met het tweede of derde lid, zijn nietig.

Recente uitspraken

Art. 3 Gdw is sinds 2009 in 6 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Rb. Amsterdam en Rb. Gelderland.

  • ECLI:NL:GHAMS:2024:317 — 13-02-2024 Hof Amsterdam
    Klacht tegen een gerechtsdeurwaarder. Bankbeslag. De gerechtsdeurwaarder heeft op een gegeven moment niet meer gereageerd op correspondentie. Hoedanigheid klaagster. Rechtmatigheid vordering en terugboeken gelden. Klacht ongegrond.
  • ECLI:NL:GHAMS:2023:2137 — 19-09-2023 Hof Amsterdam
    Klacht BFT tegen drie gerechtsdeurwaarders van één kantoor. Verschillende klachtonderdelen, zoals ambtshandelingen verrichten t.b.v. de eigen maatschap (art. 3 Gdw), (multi-)bankbeslag leggen “op de gok” en het ondeugdelijk inrichten van de kantooradministratie. Klacht is…
  • ECLI:NL:GHAMS:2022:1282 — 26-04-2022 Hof Amsterdam
    Klacht van het BFT tegen een gerechtsdeurwaarder. Gebreken in administratie. Niet tijdige overbetekening. Nietige exploten art. 3 lid 4 Gdw. Melden nevenfuncties. Klacht gegrond. Schorsing van een week opgelegd.
  • ECLI:NL:RBROT:2025:12840 — 06-08-2025 Rb. Rotterdam
    Kort geding. Executiegeschil. In het te executeren vonnis is de uitvoerbaarheid bij voorraad uitgebreid gemotiveerd, zodat aan een belangenafweging niet wordt toegekomen. Nieuwe feiten en omstandigheden zijn niet gesteld. Van kennelijke misslagen is niet gebleken. Vordering…
  • ECLI:NL:RBGEL:2020:4512 — 22-07-2020 Rb. Gelderland
    Kort geding ex art. 438 lid 4 Rv. Nakoming vaststellingsovereenkomst. Ontruiming woonwagen en percelen grasland.

Bekijk alle 6 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.