Artikel 16 Gerechtsdeurwaarderswet
Lid 1
De gerechtsdeurwaarder houdt een kantoor dat in zijn plaats van vestiging is gelegen. Hij is verplicht een goed raadpleegbaar register en repertorium te bewaren.
Lid 2
Op verzoek van een gerechtsdeurwaarder kan Onze Minister, gehoord de Commissie van deskundigen, bedoeld in artikel 6, hem toestaan om elders een nevenkantoor te vestigen.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 16 Gdw is sinds 2015 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:GHAMS:2023:2137 — 19-09-2023 Hof Amsterdam
Klacht BFT tegen drie gerechtsdeurwaarders van één kantoor. Verschillende klachtonderdelen, zoals ambtshandelingen verrichten t.b.v. de eigen maatschap (art. 3 Gdw), (multi-)bankbeslag leggen “op de gok” en het ondeugdelijk inrichten van de kantooradministratie. Klacht is… - ECLI:NL:GHAMS:2015:1284 — 07-04-2015 Hof Amsterdam
De KBvG is van mening dat het houden van het incassokantoor in een andere plaats dan waar de gerechtsdeurwaarder is benoemd in strijd is met artikel 16 Gerechtsdeurwaarderswet. De gerechtsdeurwaarder mag immers buiten het kantoor in zijn vestigingsplaats geen nevenkantoor… - ECLI:NL:GHAMS:2015:1027 — 24-03-2015 Hof Amsterdam
De KBvG verwijt de gerechtsdeurwaarder dat deze in strijd handelt met artikel 16 Gdw door buiten zijn vestigingsplaats een incassokantoor te houden. Voor het houden van een nevenkantoor is toestemming vereist van de Minister van Justitie. Deze toestemming ontbreekt in dit geval.…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.