Art. 3:239 Burgerlijk Wetboek Boek 3

Lid 1

Pandrecht op een tegen een of meer bepaalde personen uit te oefenen recht dat niet aan toonder of order luidt, of op het vruchtgebruik van een zodanig recht kan ook worden gevestigd bij authentieke of geregistreerde onderhandse akte, zonder mededeling daarvan aan die personen, mits dit recht op het tijdstip van de vestiging van het pandrecht reeds bestaat of rechtstreeks zal worden verkregen uit een dan reeds bestaande rechtsverhouding.

Lid 2

Het tweede lid van artikel 237 is van overeenkomstige toepassing.

Lid 3

Wanneer de pandgever of de schuldenaar in zijn verplichtingen jegens de pandhouder tekortschiet of hem goede grond geeft te vrezen dat in die verplichtingen zal worden tekortgeschoten, is deze bevoegd van de verpanding mededeling te doen aan de in het eerste lid genoemde personen. Pandhouder en pandgever kunnen overeenkomen dat deze bevoegdheid op een ander tijdstip ingaat.

Lid 4

Artikel 88 geldt slechts voor de pandhouder wiens recht overeenkomstig lid 1 is gevestigd, indien hij te goeder trouw is op het tijdstip van de in lid 3 bedoelde mededeling.

Lid 5

Indien het pandrecht is gevestigd op een geldvordering als bedoeld in artikel 83 lid 3, eerste zin, wordt de mededeling, bedoeld in lid 3, schriftelijk gedaan. De voorgaande zin is niet van toepassing indien het pandrecht is gevestigd op een geldvordering als bedoeld in artikel 83 lid 4.

Recente uitspraken

Art. 3:239 BW is sinds 2001 in 90 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:HR:2021:524 — 09-04-2021 Hoge Raad
    Goederenrecht. Pandrecht. Is rangwijziging bij pandrecht mogelijk? Analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW (hypotheekrecht)? Strekt de inningsbevoegdheid van de pandhouder zich uit over alle vorderingen die aan hem zijn verpand, ongeacht het beloop van de vordering waarvoor…
  • ECLI:NL:HR:2019:1841 — 22-11-2019 Hoge Raad
    Goederenrecht. Pandrecht. Is vordering stil verpand, zonder dat deze was vermeld in pandakte? Uitleg pandakte. Bepaaldheidsvereiste; art. 3:84 lid 2 jo. art. 3:98 BW.
  • ECLI:NL:HR:2019:268 — 22-02-2019 Hoge Raad
    Pandrecht. Vestigingshandelingen voor stil pandrecht (met inachtneming van grondslagvereiste van art. 3:239 lid 1 BW voor pandrecht op toekomstige vorderingen) en openbaar pandrecht in één akte? Uitleg pandakte.
  • ECLI:NL:HR:2014:3650 — 19-12-2014 Hoge Raad
    Overeenkomstenrecht. Nietigheid wegens strijd met goede zeden (art. 3:40 lid 1 BW). Overeenkomst strekt tot benadeling schuldeisers. Voor nietigheid vereist dat schuldeisers daadwerkelijk worden benadeeld? Beroep op nietigheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid…
  • ECLI:NL:HR:2013:BY4134 — 01-02-2013 Hoge Raad
    Faillissementspauliana; art. 42 en 47 Fw. Rechtsgeldigheid verpandingen door middel van verzamelpandakteconstructie. Volmacht die uitsluitend strekt tot uitvoering van in stampandakte neergelegde verplichting tot verpanding; onverplichte rechtshandeling? Samenspanning? Maatstaf.…

Bekijk alle 90 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.