Art. 3:255 Burgerlijk Wetboek Boek 3
Lid 1
Bestaat het pand uit geld dan is de pandhouder, zodra zijn vordering opeisbaar is geworden, zonder voorafgaande aanzegging bevoegd zich uit het pand te voldoen overeenkomstig artikel 253. Hij is daartoe verplicht, indien de pandgever zulks vordert en deze bevoegd is de vordering in de verpande valuta te voldoen.
Lid 2
Artikel 252 vindt overeenkomstige toepassing.
Recente uitspraken
Art. 3:255 BW is sinds 2010 in 8 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hof Den Haag en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:HR:2021:524 — 09-04-2021 Hoge Raad
Goederenrecht. Pandrecht. Is rangwijziging bij pandrecht mogelijk? Analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW (hypotheekrecht)? Strekt de inningsbevoegdheid van de pandhouder zich uit over alle vorderingen die aan hem zijn verpand, ongeacht het beloop van de vordering waarvoor… - ECLI:NL:GHDHA:2020:1923 — 14-04-2020 Hof Den Haag
bewijs eigendom contant geld, bewaarnemingsovereenkomst? profiteren van wanprestatie? - ECLI:NL:GHSHE:2019:1061 — 19-03-2019 Hof 's-Hertogenbosch
Het na openbaarmaking innen van een stil verpande vordering is niet hetzelfde als een executie van dat pandrecht. Pandhouder met ouder recht behoudt voorrang op het geïnde. - ECLI:NL:RBOVE:2022:3628 — 23-11-2022 Rb. Overijssel
In deze zaak is de vraag aan de orde of ING aansprakelijk is tegenover de boedel in het faillissement van X Vastgoed B.V. . Volgens de curator heeft ING haar vordering op X uit hoofde van verstrekte financiering op ongeoorloofde wijze opgeëist en geïncasseerd. Tussen partijen… - ECLI:NL:RBGEL:2015:6285 — 07-10-2015 Rb. Gelderland
Openbaar gemaakt stil pandrecht op vorderingen. Tussen pandgever en pandhouder is in geschil of de pandgever een schuld heeft aan de pandhouder en beiden eisen betaling van de debiteur. Debiteur betaalt vervolgens aan pandgever in plaats van aan pandhouder. Pandhouder eist…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.