Art. 3:246 Burgerlijk Wetboek Boek 3
Lid 1
Rust het pandrecht op een vordering, dan is de pandhouder bevoegd in en buiten rechte nakoming daarvan te eisen en betalingen in ontvangst te nemen. Deze bevoegdheden blijven bij de pandgever, zolang het pandrecht niet aan de schuldenaar van de vordering is medegedeeld.
Lid 2
Degene aan wie de in lid 1 bedoelde bevoegdheden toekomen, is tevens bevoegd tot opzegging, wanneer de vordering niet opeisbaar is, maar door opzegging opeisbaar gemaakt kan worden. Hij is jegens de ander gehouden niet nodeloos van deze bevoegdheid gebruik te maken.
Lid 3
Rust op de vordering meer dan één pandrecht, dan komen de in de vorige leden aan de pandhouder toegekende bevoegdheden alleen aan de hoogst gerangschikte pandhouder toe.
Lid 4
Na mededeling van de verpanding aan de schuldenaar kan de pandgever deze bevoegdheden slechts uitoefenen, indien hij daartoe toestemming van de pandhouder of machtiging van de kantonrechter heeft verkregen.
Lid 5
Bij inning van een verpande vordering door de pandhouder of met machtiging van de kantonrechter door de pandgever komen de pandrechten waarmee de vordering bezwaard was, op het geïnde te rusten.
Recente uitspraken
Art. 3:246 BW is sinds 1995 in 139 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:HR:2026:1595 — 02-10-2026 Hoge Raad
Goederenrecht. Pandrecht (art. 3:246 BW). Is pandhouder bevoegd om schikking aan te gaan m.b.t. verpande vordering? Kan pandhouder bevoegdheid tot schikking in pandakte bedingen met goederenrechtelijke werking? Gesloten systeem van goederenrecht. - ECLI:NL:HR:2024:217 — 09-02-2024 Hoge Raad
Procesrecht. Pandrecht. Schorsing en hervatting geding (art. 225 lid 1, aanhef en onder c, Rv en art. 227 Rv). Kan pandhouder die na mededeling van pandrecht inningsbevoegd wordt (3:246 lid 1 BW), door middel van schorsing en hervatting lopende procedure overnemen van pandgever? - ECLI:NL:HR:2021:524 — 09-04-2021 Hoge Raad
Goederenrecht. Pandrecht. Is rangwijziging bij pandrecht mogelijk? Analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW (hypotheekrecht)? Strekt de inningsbevoegdheid van de pandhouder zich uit over alle vorderingen die aan hem zijn verpand, ongeacht het beloop van de vordering waarvoor… - ECLI:NL:HR:2020:1078 — 19-06-2020 Hoge Raad
Vermogensrecht. Aansprakelijkheid advocaat. Advies tot omleiden geldbedrag via derdengeldrekening, waardoor pandrecht bank teniet gaat. Beroep op ontbreken causaal verband met schade van de bank; novum in cassatie. Aansprakelijkheid stichting derdengelden; onderzoeksplicht… - ECLI:NL:HR:2019:268 — 22-02-2019 Hoge Raad
Pandrecht. Vestigingshandelingen voor stil pandrecht (met inachtneming van grondslagvereiste van art. 3:239 lid 1 BW voor pandrecht op toekomstige vorderingen) en openbaar pandrecht in één akte? Uitleg pandakte.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.