Art. 3:253 Burgerlijk Wetboek Boek 3

Lid 1

De pandhouder houdt, na voldoening van de kosten van executie, van de netto-opbrengst af het aan hem verschuldigde bedrag waarvoor hij pandrecht heeft. Het overschot wordt aan de pandgever uitgekeerd. Zijn er pandhouders of andere beperkt gerechtigden, wier recht op het goed door de executie is vervallen, of hebben schuldeisers op het goed of op de opbrengst beslag gelegd, dan handelt de pandhouder overeenkomstig het bepaalde in artikel 490b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Lid 2

De pandhouder kan de door hem aan de voormelde belanghebbenden uit te keren bedragen niet voldoen door verrekening, tenzij het een uitkering aan de pandgever betreft en deze uitkering niet plaats vindt gedurende diens faillissement, surséance, de toepassing ten aanzien van hem van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of de vereffening van zijn nalatenschap. Is ten aanzien van de pandgever de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing, dan kan niettemin een uitkering aan de pandgever door verrekening worden voldaan indien het pandrecht is gevestigd na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en zowel de vordering als de schuld na die uitspraak zijn ontstaan.

Recente uitspraken

Art. 3:253 BW is sinds 2007 in 20 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Oost-Brabant, Hof Amsterdam en Hof 's-Hertogenbosch.

  • ECLI:NL:HR:2021:524 — 09-04-2021 Hoge Raad
    Goederenrecht. Pandrecht. Is rangwijziging bij pandrecht mogelijk? Analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW (hypotheekrecht)? Strekt de inningsbevoegdheid van de pandhouder zich uit over alle vorderingen die aan hem zijn verpand, ongeacht het beloop van de vordering waarvoor…
  • ECLI:NL:HR:2014:319 — 14-02-2014 Hoge Raad
    Bevoegdheid pandhouder tot parate executie, art. 3:248 lid 1 BW. Onderhandse executieverkoop door pandgever, art. 3:251 lid 2 BW (HR 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7109, NJ 2012/74 (ING/Hielkema q.q)). Pandhouder ook na faillissement gerechtigd tot executieopbrengst, art.…
  • ECLI:NL:GHDHA:2026:1841 — 09-06-2026 Hof Den Haag
    Vordering uit hoofde van een rekening-courantverhouding . De vordering wordt betwist op de grond dat de schuldenaar een dividendvordering op de schuldeiser heeft die zij kan verrekenen. En dat aan de schuldenaar een beroep toekomt op een pandrecht dat aan inning van de…
  • ECLI:NL:GHAMS:2023:6 — 03-01-2023 Hof Amsterdam
    Aansprakelijkheid bank wegens onrechtmatige uitwinning zekerheid. Begroting schade. Hypothetische situatie van niet-onrechtmatig handelen.
  • ECLI:NL:GHAMS:2022:1565 — 24-05-2022 Hof Amsterdam
    Tussenarrest. Onrechtmatige daad bank. Inhouding uitkering uit levensverzekering met beroep op een niet-gevestigd pandrecht. Hof wil verduidelijking over de gestelde schade.

Bekijk alle 20 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.