Art. 3:242 Burgerlijk Wetboek Boek 3
Een pandhouder is niet bevoegd het goed dat hij in pand heeft, te herverpanden, tenzij deze bevoegdheid hem ondubbelzinnig is toegekend.
Recente uitspraken
Art. 3:242 BW is sinds 2014 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hof 's-Hertogenbosch en Hoge Raad.
- ECLI:NL:HR:2015:3619 — 18-12-2015 Hoge Raad
Goederenrecht. Bevoegdheid pandhouder tot uitwinning zekerheden die zijn verbonden aan vordering pandgever op derden. HR 11 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS2619, NJ 2006/362. Verbod van herverpanding (art. 3:242 BW). - ECLI:NL:GHAMS:2015:3413 — 07-07-2015 Hof Amsterdam
Faillissement bekrachtigd. Verpandingen dienen geen ander doel dan de verhaalsmogelijkheden van schuldeisers te frustreren. Voldoende aannemelijk is geworden dat het verpandingsverweer regelmatig wordt opgeworpen om faillissementsaanvragen binnen het concern [X] / [y] c.s. te… - ECLI:NL:GHSHE:2014:3355 — 02-09-2014 Hof 's-Hertogenbosch
herverpanding (art. 3:242 BW) geen ondubbelzinnige toestemming pandgever voor herverpanding verpande vordering; geen executie via de weg van het aan het pandrecht verbonden nevenrecht, nu daarmee het verpandingsverbod van art. 3:242 BW zou worden omzeild.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.