Art. 3:238 Burgerlijk Wetboek Boek 3

Lid 1

Ondanks onbevoegdheid van de pandgever is de vestiging van een pandrecht op een roerende zaak, op een recht aan toonder of order of op het vruchtgebruik van een zodanige zaak of recht geldig, indien de pandhouder te goeder trouw is op het tijdstip waarop de zaak of het toonder- of geëndosseerde orderpapier in zijn macht of in die van een derde is gebracht.

Lid 2

Rust op een in lid 1 genoemd goed een beperkt recht dat de pandhouder op het in dat lid bedoelde tijdstip kent noch behoort te kennen, dan gaat het pandrecht in rang boven dit beperkte recht.

Lid 3

Wordt het pandrecht gevestigd op een roerende zaak waarvan de eigenaar het bezit door diefstal heeft verloren, of op een vruchtgebruik op een zodanige zaak, dan zijn lid 3, aanhef en onder b, en lid 4 van artikel 86 van overeenkomstige toepassing.

Lid 4

Dit artikel kan niet worden tegengeworpen aan degene die de zaak opeist, indien volgens artikel 86a, leden 1 en 2 of artikel 86b lid 1, of volgens artikel 6.15 van de Erfgoedwet ook artikel 86 niet aan hem tegengeworpen zou kunnen worden.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 3:238 BW is sinds 2001 in 20 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hoge Raad en Rb. Noord-Holland.

  • ECLI:NL:HR:2014:3460 — 28-11-2014 Hoge Raad
    Pandrecht op onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken. Afstand van eigendomsvoorbehoud; daartoe strekkende overeenkomst met wederpartij; betekenis HR 22 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4866. Aanvaarding afstand namens wederpartij door daartoe bevoegd vertegenwoordiger?…
  • ECLI:NL:HR:2006:AU5274 — 13-01-2006 Hoge Raad
    Vervolg op HR 7 september 2001, LJN ZC3642: partijen bij een overeenkomst; bescherming tegen onbevoegdheid pandgever (art. 3:238 BW) (art. 81 RO)
  • ECLI:NL:HR:2001:ZC3642 — 07-09-2001 Hoge Raad
    -
  • ECLI:NL:GHARL:2025:1568 — 18-03-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Voorlopige voorziening (223 Rv) om onherroepelijke verkoop registergoed door hypotheekhouder te voorkomen. Vordering afgewezen bij gebrek aan belang. Voorzieningenrechter heeft al toestemming gegeven voor de verkoop van het registergoed. In deze procedure bestaat daardoor geen…
  • ECLI:NL:GHDHA:2018:1609 — 13-03-2018 Hof Den Haag
    Vervoer onder cognossement. Verhouding tot koopovereenkomst met daarin een CAD-beding. Aansprakelijkheid curator in hoedanigheid en pro se. Schending eigendomsrecht. Geen superpreferente vordering. Wel prefentie op opbrengst van onrechtmatige verkochte zaken.

Bekijk alle 20 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.