Art. 3:258 Burgerlijk Wetboek Boek 3

Lid 1

Wanneer een in pand gegeven goed als bedoeld in artikel 236 lid 1 in de macht van de pandgever komt, eindigt het pandrecht, tenzij het met toepassing van artikel 237 lid 1 werd gevestigd.

Lid 2

Afstand van een pandrecht kan geschieden bij enkele overeenkomst, mits van de toestemming van de pandhouder uit een schriftelijke of elektronische verklaring blijkt. Indien van de toestemming uit een elektronische verklaring blijkt, is artikel 227a lid 1 van Boek 6 van overeenkomstige toepassing.

Recente uitspraken

Art. 3:258 BW is sinds 2011 in 8 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Almelo.

  • ECLI:NL:GHAMS:2023:1483 — 20-06-2023 Hof Amsterdam
    Factoring. Internationale zaak. Beroep op verrekening. Unidroit Convention on International Factoring.
  • ECLI:NL:GHSHE:2020:78 — 14-01-2020 Hof 's-Hertogenbosch
    Pandgever aangesproken op grond van toerekenbare tekortkoming door melkquotum waarop het pandrecht rustte te vervreemden. Geen beroep op verrekening nu beweerdelijke tegenvordering niet toekomt aan pandgever. Geen sprake van rekening-courant bij registratie melkquotum. Geen…
  • ECLI:NL:GHAMS:2018:4443 — 04-12-2018 Hof Amsterdam
    Pandrecht op aandelen als waarborg voor overdracht pensioenvermogen bij vooroverlijden.
  • ECLI:NL:GHSHE:2016:5601 — 20-12-2016 Hof 's-Hertogenbosch
    contractsuitleg. Geldleningen. Meerdere overeenkomsten. Investering in boerderij in USA
  • ECLI:NL:RBOVE:2023:4074 — 09-10-2023 Rb. Overijssel
    ABN Amro heeft drie overeenkomsten van hypothecaire geldlening gesloten met erflater. Aan de woning is door brand substantiële schade ontstaan, waardoor de woning in verkoopwaarde is gedaald. ABN AMRO eist in verzet op de vastgestelde uitdelingslijst dat de hiervoor door de…

Bekijk alle 8 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.