Art. 3:244 Burgerlijk Wetboek Boek 3

Tenzij anders is bedongen, strekt een pandrecht tot zekerheid van een of meer bepaalde vorderingen tevens tot zekerheid voor drie jaren rente die over deze vorderingen krachtens overeenkomst of wet verschuldigd is.

Recente uitspraken

Art. 3:244 BW is sinds 2019 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Hof Den Haag en Rb. Den Haag.

  • ECLI:NL:GHARL:2021:4979 — 25-05-2021 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Mededeling stil/openbaar pandrecht aan debiteuren door verzenden aangetekende brieven (artikel 3:37 lid 3 BW). Ontvangst brieven betwist.Voor bewijs ontvangst aangetekende brieven is – waar het proces van aangetekende verzending in hoge mate is geautomatiseerd – het plaatsen van…
  • ECLI:NL:GHDHA:2019:1448 — 18-06-2019 Hof Den Haag
    Vordering gemeente op basis van pandrecht. Onrechtmatig handelen beleggingsadviseur jegens de Stichting X. Geldigheid pandrecht en omvang van de door de Stichting geleden schade. 20% eigen schuld van de Stichting.
  • ECLI:NL:GHARL:2019:2672 — 26-03-2019 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Wettelijke schuldsaneringsregeling. Bank maakt gebruik van het recht van parate executie. Imputatieregeling van toepassing.
  • ECLI:NL:RBDHA:2023:488 — 18-01-2023 Rb. Den Haag
    Uitwinning pandrecht - geschil over verpande vordering - verrekening tegenvorderingen met verpande vordering - verpande vordering door verrekening volledig teniet - vorderingen afgewezen

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.