Art. 3:236 Burgerlijk Wetboek Boek 3
Lid 1
Pandrecht op een roerende zaak, op een recht aan toonder of order, of op het vruchtgebruik van een zodanige zaak of recht, wordt gevestigd door de zaak of het toonder- of orderpapier te brengen in de macht van de pandhouder of van een derde omtrent wie partijen zijn overeengekomen. De vestiging van een pandrecht op een recht aan order of op het vruchtgebruik daarvan vereist tevens endossement.
Lid 2
Op andere goederen wordt pandrecht gevestigd op overeenkomstige wijze als voor de levering van het te verpanden goed is bepaald.
Recente uitspraken
Art. 3:236 BW is sinds 2002 in 31 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Gelderland, Rb. Rotterdam en Hof Arnhem-Leeuwarden.
- ECLI:NL:HR:2019:268 — 22-02-2019 Hoge Raad
Pandrecht. Vestigingshandelingen voor stil pandrecht (met inachtneming van grondslagvereiste van art. 3:239 lid 1 BW voor pandrecht op toekomstige vorderingen) en openbaar pandrecht in één akte? Uitleg pandakte. - ECLI:NL:HR:2013:BZ7199 — 21-06-2013 Hoge Raad
Omzetting stil pandrecht in vuistpand, art. 3:236 lid 1 BW. Brengen in de macht van de pandhouder, feitelijke handeling, geen toepassing art. 42 Fw. Verrekening; schuldoverneming voor faillissement? Art. 54 Fw. - ECLI:NL:HR:2002:AE3381 — 20-09-2002 Hoge Raad
- - ECLI:NL:GHARL:2023:1049 — 07-02-2023 Hof Arnhem-Leeuwarden
Onrechtmatige verkoop auto. Vuistpand. Schade? - ECLI:NL:GHDHA:2022:1998 — 18-10-2022 Hof Den Haag
Vuistpand, rententierecht
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.