Artikel 3:8 Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
Lid 1
De arbeidsongeschiktheidsuitkering bedraagt per dag:
voor een jonggehandicapte die werkt met loondispensatie als bedoeld in artikel 3:63: (0,7 * G) – (0,7 * compensatiefactor * I); en
voor andere jonggehandicapten: 0,7 * (G – I).
Lid 2
De compensatiefactor bedraagt: (LW – 0,3) / (0,7 x LW).
Lid 3
Voor zover dit leidt tot een hoger bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering per dag, bedraagt de arbeidsongeschiktheidsuitkering per dag, in afwijking van het eerste lid, onderdeel a: (I/LW) – I.
Lid 4
In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, en het derde lid bedraagt de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, per dag, bij een inkomen per dag dat naast een gedispenseerd loon tevens is opgebouwd uit andere inkomensbestanddelen:
(0,7 * G) – (0,7 * ((CF * Ia) + Io)); of
((Ia/LW) + Io)–I, voor zover dit leidt tot een hoger bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering per dag.
Lid 5
In het eerste tot en met het vierde lid staat:
G voor grondslag;
I voor het inkomen per dag;
LW voor de verminderde arbeidsprestatie, bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, uitgedrukt in een percentage;
Ia voor de gedispenseerde inkomensbestanddelen per dag;
Io voor het overige niet gedispenseerde inkomensbestanddeel per dag, waarbij Io = I-Ia; en
CF voor de compensatiefactor, vastgesteld op basis van LW.