Artikel 1a:11 Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
Lid 1
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt op aanvraag vast of recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van dit hoofdstuk bestaat.
Lid 2
Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van dit hoofdstuk ontstaat op de dag waarop de aanvraag, bedoeld in dit artikel, werd ingediend, met dien verstande dat dit recht niet eerder kan ontstaan dan de dag waarop de betrokkene achttien jaar wordt.
Lid 3
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens die door de jonggehandicapte bij de aanvraag worden verstrekt.
Lid 4
Indien de toepassing van het eerste lid zou leiden tot kennelijke hardheid, is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering ambtshalve toe te kennen.
Recente uitspraken
Art. 1a:11 Wajong is sinds 2022 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag, Rb. Midden-Nederland en Raad van State.
- ECLI:NL:RVS:2022:1441 — 18-05-2022 Raad van State
Deze zaken gaan over aanvragen kinderopvangtoeslag die deels zijn afgewezen door de Belastingdienst/Toeslagen omdat ze betrekking hebben op een periode die te ver gelegen is voor het tijdstip van de aanvraag om de toeslag, namelijk méér dan drie maanden voor de eerste van de… - ECLI:NL:RBGEL:2026:7678 — 07-10-2026 Rb. Gelderland
Ingangsdatum Wajong-uitkering. Geen sprake van een kennelijke hardheid. Beroep ongegrond. - ECLI:NL:RBMNE:2024:6171 — 06-11-2024 Rb. Midden-Nederland
Wet Wajong - beroep tegen ingangsdatum uitkering. Beroep ongegrond. - ECLI:NL:RBDHA:2022:4022 — 06-04-2022 Rb. Den Haag
Het recht op een Wajong-uitkering kan o.g.v. art. 1a:11 lid 2 Wajong niet eerder ontstaan dan de dag waarop de aanvraag is ingediend. Het beroep van eiseres op art. 3:29 lid 1 Wajong kan niet slagen, omdat dit artikel niet op haar van toepassing is.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.