Artikel 3:61 Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
Lid 1
Onvervreemdbaar en niet vatbaar voor verpanding en belening zijn:
de arbeidsongeschiktheidsuitkering;
de verhoging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in artikel 3:9;
de vakantie-uitkering;
de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3:10.
Lid 2
Volmacht tot ontvangst van een uitkering onder welke vorm of welke benaming ook verleend, is steeds herroepelijk.
Lid 3
Elk beding, strijdig met dit artikel, is nietig.