Artikel 2:59 Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten

2 uitspraken verwijzen naar dit artikel ›

Lid 1

Een inkomensvoorziening die op grond van dit hoofdstuk onverschuldigd is betaald, hetgeen als gevolg van een beschikking als bedoeld in artikel 2:58 door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen onverschuldigd is betaald of verstrekt, alsmede hetgeen anderszins onverschuldigd is betaald, wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen teruggevorderd.

Lid 2

In afwijking van het eerste lid kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten van terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien degene van wie wordt teruggevorderd:

  1. gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;

  2. gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald;

  3. gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of

  4. een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.

Lid 3

De in het tweede lid, onderdelen a, b en c, genoemde termijn is tien jaar indien de terugvordering het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid.

Lid 4

De in het tweede lid, onderdelen a en b, genoemde termijn is drie jaar indien:

  1. het gemiddeld inkomen van degene van wie wordt teruggevorderd in die periode de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan; en

  2. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid.

Lid 5

Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.

Lid 6

Degene van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn.

Lid 7

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan, onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag niet te boven gaat.

Recente uitspraken

Art. 2:59 Wajong is sinds 2022 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door CRvB en Rb. Den Haag.

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1109 — 26-08-2026 CRvB
    Vaststelling hoogte Wajong-uitkering over het jaar 2021. Het Uwv heeft terecht geen garantiebedrag vastgesteld omdat betrokkene niet voldoet aan de voorwaarde dat hij in zowel december 2020 als in januari 20221 inkomen moet hebben gehad, nu uit de gegevens van de Belastingdienst…
  • ECLI:NL:CRVB:2023:2086 — 10-11-2023 CRvB
    Conclusie van raadsheer advocaat-generaal De Bock over buitenwettelijk beleid. De Beleidsregels schorsing, intrekking en herziening uitkeringen 2006 van het Uwv zijn volgens raadsheer advocaat-generaal De Bock geen buitenwettelijke, maar binnenwettelijke beleidsregels. De…
  • ECLI:NL:RBDHA:2022:1353 — 17-02-2022 Rb. Den Haag
    Terugvordering Wajong-uitkering. Het had eiseres duidelijk kunnen en moeten zijn dat zij een te hoog bedrag aan uitkeirng ontving. Er zijn geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het beroep is ongegrond.

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.