Artikel 2:64 Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
Lid 1
Een inkomensvoorziening op grond van dit hoofdstuk en een voorziening als bedoeld in de artikelen 2:22 en 2:23 zijn onvervreemdbaar en niet vatbaar voor verpanding of belening.
Lid 2
Volmacht tot ontvangst van een inkomensvoorziening op grond van dit hoofdstuk onder welke vorm of benaming ook verleend, is steeds herroepelijk.
Lid 3
Elk beding, strijdig met dit artikel, is nietig.