Artikel 3:19 Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten

Lid 1

Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt:

  1. met ingang van de dag waarop de jonggehandicapte de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, bereikt;

  2. wanneer de arbeidsongeschiktheid is geëindigd, of beneden 25% is gedaald, met ingang van de dag, aangegeven in de daartoe strekkende beschikking van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;

  3. met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de jonggehandicapte buiten Nederland is gaan wonen;

  4. indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen daartoe op verzoek van de jonggehandicapte besluit; of

  5. indien de jonggehandicapte overlijdt.

Lid 2

In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, eindigt het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering van de jonggehandicapte die arbeid verricht, niet, tenzij de jonggehandicapte ten minste 75% van het maatmaninkomen verdient nadat hij vijf jaar arbeid heeft verricht. Arbeid verricht bij wijze van sociale werkvoorziening als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening wordt buiten beschouwing gelaten.

Lid 3

De arbeidsongeschiktheidsuitkering van de jonggehandicapte die deelneemt aan een voor hem gewenste opleiding of scholing, wordt gedurende deze opleiding of scholing niet ingetrokken in verband met een daaruit voortvloeiende afneming van de arbeidsongeschiktheid.

Lid 4

Indien de intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering verband houdt met een voltooide scholing of opleiding, gaat deze intrekking niet eerder in dan een jaar na voltooiing van die scholing of opleiding.

Lid 5

Het eerste lid, onderdeel c, is tevens van toepassing op de jonggehandicapte die buiten Nederland is gaan wonen en op wie artikel 1:2, derde lid, van toepassing is.

Lid 6

Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt, indien de jonggehandicapte rechtens zijn vrijheid is ontnomen, vanaf de dag dat deze vrijheidsontneming één maand heeft geduurd.

Lid 7

Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt, indien de jonggehandicapte zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel.

Lid 8

Voor de jonggehandicapte die op de dag voorafgaande aan de vrijheidsontneming geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft op grond van het zevende lid, eindigt het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, in afwijking van het zesde lid, vanaf de dag dat de vrijheidsontneming ingaat.

Lid 9

Voor de toepassing van het zesde lid worden perioden van vrijheidsontneming samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.

Lid 10

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan het eerste lid, onderdeel c, buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing, gelet op het belang van het eindigen van het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering indien de jonggehandicapte buiten Nederland gaat wonen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Lid 11

Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt, indien de jonggehandicapte een uitreiziger is.

Lid 12

Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt niet op grond van het eerste lid, onderdeel b, of het tweede lid, indien de jonggehandicapte gebruik maakt van een voorziening als bedoeld in artikel 34a, eerste lid of artikel 35, tweede lid, onderdeel a, b of d, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

Lid 13

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het tweede lid voor onbeperkte duur toepassing vindt ten aanzien van bij die ministeriële regeling te bepalen groepen jonggehandicapten.

Recente uitspraken

Art. 3:19 Wajong is sinds 2023 in 7 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door CRvB en Rb. Amsterdam.

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1335 — 08-10-2026 CRvB
    Beëindiging Wajong-uitkering na vertrek uit Nederland. Een Wajong-uitkering kan in beginsel niet worden geëxporteerd. Dat levert weliswaar een beperking op om vrij te reizen en te verblijven binnen de Unie, maar die beperking is gerechtvaardigd. Er was geen zwaarwegende reden om…
  • ECLI:NL:CRVB:2026:1043 — 05-08-2026 CRvB
    Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv terecht heeft vastgesteld dat verzoekster niet in aanmerking komt voor export van haar Wajong-uitkering. Volgens verzoekster heeft het Uwv ten onrechte geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan de hardheidsclausule. De Raad…
  • ECLI:NL:CRVB:2025:284 — 19-02-2025 CRvB
    Afwijzing verzoek om Wajong-uitkering te exporteren naar Bonaire. Geen zwaarwegende redenen. Betrokkene is voor haar zorg afhankelijk van haar ouders en er is geen medische noodzaak voor haar moeder om naar Bonaire te verhuizen, dit is een eigen keuze. Geen zwaarwegende redenen…
  • ECLI:NL:CRVB:2024:1949 — 10-10-2024 CRvB
    Verzoek herziening afgewezen. Er zijn geen nieuwe feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119 lid 1 Awb. Gelet op e-mailwisselingen tussen verzoeker en toenmalige gemachtigde is er destijds bewust voor gekozen om medische informatie niet in de procedure bij de Raad in…
  • ECLI:NL:CRVB:2024:1851 — 02-10-2024 CRvB
    Afwijzing verzoek om met behoud van Wajong-uitkering buiten Nederland te gaan wonen terecht. Aan de omstandigheid dat appellant zich in Marokko veilig voelt, mede in verband met het feit dat zijn familie daar woont, en dat hij in Marokko een goed functionerend sociaal netwerk…

Bekijk alle 7 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.