Artikel 2:3 Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten

6 uitspraken verwijzen naar dit artikel ›

Lid 1

Jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk is de ingezetene die:

  1. aansluitend op de dag waarop hij zeventien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling gedurende 52 weken niet in staat is geweest met arbeid meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen, terwijl niet aannemelijk is dat hij binnen een jaar volledig zal herstellen;

  2. na de in onderdeel a bedoelde dag waarop hij zeventien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling gedurende 52 weken niet in staat is geweest om met arbeid meer dan 75% te verdienen van het maatmaninkomen, terwijl niet aannemelijk is dat hij binnen een jaar volledig zal herstellen en hij in het jaar, onmiddellijk voorafgaande aan de dag waarop het als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling is ingetreden, gedurende ten minste zes maanden studerende was.

Lid 2

Indien de ingezetene geen jonggehandicapte is en binnen vijf jaar na afloop van de periode van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, niet meer in staat is om meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen als gevolg van een oorzaak die reeds aanwezig was na afloop van de termijn van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, terwijl niet aannemelijk is dat de ingezetene binnen een jaar volledig zal herstellen, dan wordt de ingezetene alsnog jonggehandicapte met ingang van de dag waarop hij niet meer in staat is om meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen.

Lid 3

Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, is artikel 3:3, tweede en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.

Recente uitspraken

Art. 2:3 Wajong is sinds 2018 in 6 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door CRvB, Rb. Midden-Nederland en Rb. Noord-Holland.

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1359 — 14-10-2026 CRvB
    Afwijzing verzoek om terug te komen van weigering Wajonguitkering. Geen nieuwe feiten en/of veranderde omstandigheden. Stukken hadden eerder kunnen worden ingebracht. Ook geen aanleiding om voor de toekomst van de weigering terug te komen. Uwv had ook moeten beoordelen of…
  • ECLI:NL:CRVB:2022:1979 — 14-09-2022 CRvB
    Appellant heeft verzocht om terug te komen van het besluit van 24 november 2010. Het Uwv heeft daarop beslist met overeenkomstige toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak terecht geoordeeld dat appellant geen nieuw…
  • ECLI:NL:CRVB:2018:1964 — 28-06-2018 CRvB
    Aanvraag Wajong-uitkering terecht afgewezen. Voldoende gemotiveerd dat appellant met inachtneming van zijn medische beperkingen op zijn zeventiende jaar en gedurende 52 weken daarna geschikt is tot het verrichten van werkzaamheden in de geselecteerde, ook gelet op zijn…
  • ECLI:NL:RBOBR:2026:5969 — 20-08-2026 Rb. Oost-Brabant
    Herhaalde Wajong-aanvraag. Laattijdig. Eiseres was geen ingezetene op haar 17e verjaardag. Geen sprake van nieuwe feiten en omstandigheden (artikel 4:6 Awb). Ook geen sprake van een nieuwe ziekteoorzaak tijdens de studie.
  • ECLI:NL:RBNHO:2023:7299 — 25-07-2023 Rb. Noord-Holland
    Wajong. Beroep ongegrond. Uitleg artikel 1:1a eerste lid onder a en onder b, en tweede lid Wajong. In één en hetzelfde geval (dat wil zeggen bij dezelfde persoon met dezelfde ziekteoorzaak) vangt niet voor een tweede keer een Amber-termijn aan

Bekijk alle 6 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.