Artikel 1:4 Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
Lid 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt als studerende aangemerkt de persoon:
die studiefinanciering, niet zijnde het levenlanglerenkrediet, ontvangt op grond van de Wet studiefinanciering 2000;
die een financiële voorziening ontvangt als bedoeld in artikel 7.51, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
die een tegemoetkoming ontvangt op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;
voor wie de verzekerde in de zin van de Algemene Kinderbijslagwet kinderbijslag ontvangt op grond van artikel 7, tweede lid, onderdeel a of onderdeel b, van die wet;
die, hoewel hij niet op grond van de onderdelen a tot en met d als studerende wordt aangemerkt, niettemin in verband met onderwijs of een beroepsopleiding lessen of stages volgt gedurende gemiddeld ten minste 213 klokuren per kwartaal, voor zolang hij de leeftijd van 30 jaar nog niet heeft bereikt.
Lid 2
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ook andere dan de in het eerste lid bedoelde personen als studerende worden aangemerkt.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 1:4 Wajong is sinds 2018 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door CRvB en Rb. Den Haag.
- ECLI:NL:CRVB:2018:1964 — 28-06-2018 CRvB
Aanvraag Wajong-uitkering terecht afgewezen. Voldoende gemotiveerd dat appellant met inachtneming van zijn medische beperkingen op zijn zeventiende jaar en gedurende 52 weken daarna geschikt is tot het verrichten van werkzaamheden in de geselecteerde, ook gelet op zijn… - ECLI:NL:RBDHA:2023:16599 — 27-10-2023 Rb. Den Haag
De rechtbank is van oordeel dat de besluiten waartegen de zeven beroepen zijn gericht in stand blijven en dat het Uwv geen dwangsommen aan eiser is verschuldigd. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van besluiten is niet-ontvankelijk, omdat eiser geen rechtsgeldige aanvragen…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.