Artikel 55 Advocatenwet

Lid 1

Het hof van discipline waakt tegen nodeloze vertraging van het onderzoek door de raden van discipline.

Lid 2

Het kan zich de stukken doen overleggen en een termijn stellen, binnen welke de beslissing moet zijn genomen.

Lid 3

Indien een raad van discipline hieraan niet voldoet, kan het hof de behandeling van de zaak aan zich trekken en in het hoogste ressort beslissen.

Wordt genoemd in: