Artikel 46j Advocatenwet
Lid 1
Tot aan de behandeling van de klacht ter zitting kan de voorzitter van de raad van discipline besluiten dat:
de raad kennelijk onbevoegd is;
de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is;
de klacht kennelijk ongegrond is; of
de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Lid 2
De beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt met redenen omkleed. Daarbij wordt gewezen op het bepaalde in het vierde lid.
Lid 3
Van de beslissing zendt de griffier van de raad onverwijld een afschrift aan de in het artikel 46i, eerste lid, tweede volzin, bedoelde personen en instanties.
Lid 4
Artikel 46h is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de beslissing in het eerste lid.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 46j Advocatenwet is sinds 2024 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:GHSHE:2024:83 — 16-01-2024 Hof 's-Hertogenbosch
Geschil tussen broer als eiser/appellant, en zus en haar voormalige advocaat (die haar bijstond in procedure omtrent verdeling nalatenschap moeder) als gedaagden/geïntimeerden. Is sprake van gezag van gewijsde van de vonnissen/arresten in de eerdere procedure tussen broer en…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.