Artikel 46c Advocatenwet

Lid 1

Klachten tegen advocaten worden schriftelijk ingediend bij de deken van de orde waartoe zij behoren. Indien de klager daarom verzoekt, is de deken hem behulpzaam bij het op schrift stellen van de klacht. Indien een ingediende klacht verduidelijking behoeft, is de deken de klager daarbij op diens verzoek behulpzaam.

Lid 2

Indien de klager bij indiening van de klacht daarom verzoekt, brengt de deken deze onmiddellijk ter kennis van de raad van discipline, onverminderd het bepaalde in het derde lid. De deken informeert de klager hierover bij de indiening van de klacht.

Lid 3

De deken stelt een onderzoek in naar elke bij hem ingediende klacht.

Lid 4

De deken is bevoegd een bij hem ingediende klacht te verwijzen naar een lid van de raad van de orde in het arrondissement, ten einde haar te onderzoeken en af te handelen op de wijze als in dit artikel en de artikelen 46d en 46e omschreven.

Lid 5

Klachten tegen een deken worden ingediend bij of terstond doorgezonden aan de voorzitter van het hof van discipline. De voorzitter verwijst de zaak naar een deken van een andere orde, ten einde haar te onderzoeken en af te handelen overeenkomstig het bepaalde in dit artikel en de artikelen 46d en 46e. Na onderzoek en afhandeling brengt de deken naar wie de zaak is verwezen de klacht ter kennis van de raad van discipline in het ressort waartoe hij behoort.

Lid 6

De raad van de orde in het arrondissement draagt zorg voor voldoende bekendmaking in het arrondissement van de plaats en de tijd waarop de deken, of, bij zijn ontstentenis of verhindering, zijn plaatsvervanger, zitting houdt.

Recente uitspraken

Art. 46c Advocatenwet is sinds 2013 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag, Hof Den Haag en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:567 — 21-04-2026 Hof Den Haag
    Executiegeschil met betrekking tot proceskostenveroordelingen die de tuchtrechter voor de advocatuur heeft uitgesproken tegen een beklaagde advocaat aan wie hij ook tuchtmaatregelen heeft opgelegd. Deze veroordelingen, op grond van artikel 48ac Advocatenwet uitgesproken in…
  • ECLI:NL:RBDHA:2025:2682 — 19-02-2025 Rb. Den Haag
    Overheidsprivaatrecht. Aansprakelijkheid Staat voor onrechtmatige rechtspraak. Beslissing Voorzitter Hof van Discipline. Maatstaf voor aansprakelijkheid Staat is Hoge Raad 3 december 1971, ECLI:NL:HR:1971:AB6788 (Jan Luyken) en niet Hoge Raad 4 december 2009,…
  • ECLI:NL:RBROT:2019:9708 — 12-12-2019 Rb. Rotterdam
    Kort geding; vordering advocatenkantoor tegen de curatoren van Imtech afgewezen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat de curatoren van Imtech met de voormalig advocaten van Imtech gemaakte afspraken – over het niet delen van van…
  • ECLI:NL:RBDHA:2013:CA3831 — 14-06-2013 Rb. Den Haag
    Kort geding. Bevoegdheid van de Deken van de Orde van Advocaten - krachtens de Advocatenwet - om op te treden tegen een advocaat wegens uitlatingen jegens de president van een rechtbank.

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.