Artikel 48 Advocatenwet

Lid 1

De beslissingen van de raad van discipline over de voorgelegde klachten zijn met redenen omkleed en worden in het openbaar uitgesproken, alles op straffe van nietigheid.

Lid 2

De maatregelen die bij gegrondverklaring van een klacht kunnen worden opgelegd, zijn:

  1. een waarschuwing;

  2. een berisping;

  3. een geldboete;

  4. de schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van ten hoogste een jaar; of

  5. de schrapping van het tableau.

Lid 3

De raad kan bepalen dat, ondanks de gegrondverklaring van een klacht, geen maatregel wordt opgelegd.

Lid 4

De maatregel van een geldboete kan gelijktijdig worden opgelegd met een andere maatregel.

Lid 5

Indien enig door artikel 46 beschermd belang dat vordert kan de raad van discipline bij de beslissing houdende oplegging van een maatregel als bedoeld in het tweede lid, onder b tot en met e, besluiten tot openbaarmaking van de opgelegde maatregel, al dan niet met de gronden waarop zij berust, op de door hem te bepalen wijze.

Lid 6

Tot de tenuitvoerlegging van maatregelen overeenkomstig dit artikel opgelegd wordt eerst overgegaan zodra zij in kracht van gewijsde zijn gegaan.

Lid 7

De geschorste advocaat mag gedurende de schorsing de titel van advocaat niet voeren.

Lid 8

Schorsing in de uitoefening van de praktijk brengt mede verlies van de betrekkingen, waarbij de hoedanigheid van advocaat vereiste voor verkiesbaarheid of benoembaarheid is.

Lid 9

De raad spreekt, indien de klager daarom verzoekt, in zijn beslissing steeds met redenen omkleed uit of de advocaat tegen wie de klacht is ingediend, jegens hem de zorgvuldigheid heeft betracht die bij een behoorlijke rechtshulpverlening betaamt. De raad kan een dergelijke uitspraak, indien hij daartoe voldoende grond aanwezig acht, ook ambtshalve doen.

Dit artikel verwijst naar:

Recente uitspraken

Art. 48 Advocatenwet is sinds 2011 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Den Haag, Rb. Den Haag en Rb. Haarlem.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:567 — 21-04-2026 Hof Den Haag
    Executiegeschil met betrekking tot proceskostenveroordelingen die de tuchtrechter voor de advocatuur heeft uitgesproken tegen een beklaagde advocaat aan wie hij ook tuchtmaatregelen heeft opgelegd. Deze veroordelingen, op grond van artikel 48ac Advocatenwet uitgesproken in…
  • ECLI:NL:RBDHA:2024:17340 — 02-09-2024 Rb. Den Haag
    Kort geding. Executiegeschil. Beslaglegging ter inning van proceskostenveroordelingen die zijn opgelegd naar aanleiding van beslissingen op dekenbezwaren van de Raad van Discipline en het Hof van Discipline. Volgens eiser is er sprake van een evidente misslag in de uitspraken…
  • ECLI:NL:RBHAA:2011:BP6178 — 16-02-2011 Rb. Haarlem
    Beroepsaansprakelijkheid advocaat, die verzuimt tijdig procedures aanhangig te maken voor een werknemer tegen zijn werkgever. Schatting van de proceskansen in een dergelijke - niet gevoerde - procedures. Aan het bewijs van een succesvolle afloop van die procedures mogen geen al…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.