Artikel 46g Advocatenwet

Lid 1

Een klacht wordt door de voorzitter van de raad van discipline niet-ontvankelijk verklaard:

  1. indien de klacht wordt ingediend na verloop van drie jaren na de dag waarop de klager heeft kennisgenomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de advocaat waarop de klacht betrekking heeft; of

  2. voor zover deze betrekking heeft op een gedraging waarvoor een boete is opgelegd als bedoeld in artikel 45g, eerste lid.

Lid 2

Ten aanzien van een na afloop van de in het eerste lid, onder a, bedoelde termijn ingediende klacht blijft niet-ontvankelijk verklaring op grond daarvan achterwege indien de gevolgen van het handelen of nalaten redelijkerwijs pas nadien bekend zijn geworden. In dat geval verloopt de termijn voor het indienen van een klacht een jaar na de datum waarop de gevolgen redelijkerwijs als bekend geworden zijn aan te merken.

Lid 3

Een klacht kan niet-ontvankelijk worden verklaard:

  1. indien niet is voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de klacht, mits de klager de gelegenheid heeft gehad het verzuim binnen een redelijke termijn te herstellen; of

  2. indien de klacht betrekking heeft op de hoogte van een declaratie en een geschil daarover reeds is of kan worden voorgelegd aan een klachten- of geschilleninstantie als bedoeld in artikel 28, tweede lid, onder b, of waarvoor deze weg heeft open gestaan.

Recente uitspraken

Art. 46g Advocatenwet is sinds 2015 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Midden-Nederland.

  • ECLI:NL:RBMNE:2015:5275 — 08-07-2015 Rb. Midden-Nederland
    Beroepsaansprakelijkheid advocaten. Klachtplicht, verjaring: protest/stuitingshandeling jegens één gedaagde wordt ook als protest/stuitingshandeling jegens andere gedaagden beschouwd. Beroepsfout, verklaring voor recht, enige schade is aannemelijk.

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.