Artikel 16e Advocatenwet
Lid 1
Bij de uitoefening van werkzaamheden, bij wijze van dienstverrichting, betreffende de vertegenwoordiging en de verdediging van een cliënt in rechte, waarvoor ingevolge de wet de bijstand of vertegenwoordiging van een advocaat is voorgeschreven, moet een bezoekende advocaat samenwerken met een in Nederland ingeschreven advocaat, hierna te noemen de samenwerkende advocaat.
Lid 2
De samenwerkende advocaat dient zich tevoren te vergewissen van de bevoegdheid van de bezoekende advocaat tot uitoefening van het beroep van advocaat en is daarvoor verantwoordelijk tegenover het betrokken gerecht.
Lid 3
De samenwerkende advocaat stelt de bezoekende advocaat, alvorens deze voor de eerste maal als zodanig in rechte optreedt, voor aan de rechter die de leiding heeft van de terechtzitting.
Lid 4
De bezoekende advocaat wordt geacht voor de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden woonplaats te hebben gekozen ten kantore van de samenwerkende advocaat.
Lid 5
In de gevallen dat advocaten verplicht of gerechtigd zijn tot het dragen van een bijzonder kostuum, mag de bezoekende advocaat, indien hij zulks verkiest, in plaats daarvan het kostuum dragen dat is voorgeschreven in de staat van herkomst.
Lid 6
De rechter die de leiding heeft van de terechtzitting kan bezoekende advocaten toestaan zich van een andere taal te bedienen dan de Nederlandse, indien hij van mening is dat daardoor een goede rechtsbedeling niet wordt geschaad. Hij kan daarbij als voorwaarde stellen dat van een tolk gebruik gemaakt wordt.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 16e Advocatenwet is sinds 2002 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Hoge Raad en Rb. Gelderland.
- ECLI:NL:HR:2002:AE7628 — 22-10-2002 Hoge Raad
- - ECLI:NL:GHSHE:2018:3370 — 09-08-2018 Hof 's-Hertogenbosch
Hoofdverblijf hoger beroep tegen beschikking hoofdverblijf niet ontvankelijk, door buitenlandse advocaat ingediend zonder tussenkomst van een Nederlandse advocaat. Geboden gelegenheid tot herstel verzuim niet benut. - ECLI:NL:GHSHE:2012:BX9045 — 02-10-2012 Hof 's-Hertogenbosch
Artikel 362 jo. artikel 278 lid 3 Rv (ondertekening beroepschrift); artikel 820 lid 1 Rv (betekening); artikel 16a e.v. van de Advocatenwet (samenwerking buitenlandse advocaat); IPR; artikel 3 Brussel II-bis; artikel 1 lid 1 sub a WCE; artikel 8 Haags Alimentatieverdrag 1973;… - ECLI:NL:RBGEL:2026:5214 — 17-06-2026 Rb. Gelderland
Verbintenissenrecht. Overlijdensschade naar Oostenrijks recht. Kinderen vorderen van een Duitse verzekeraar vergoeding van de schade die zij lijden als gevolg van het verongelukken van hun vader in Oostenrijk. Toepassing van Oostenrijks recht, waaronder regels van verjaring.… - ECLI:NL:RBOVE:2020:2948 — 19-08-2020 Rb. Overijssel
Eiser vordert gedaagde te veroordelen tot nakoming verplichtingen koopovereenkomst. Erkenning van de Duitse gemachtigde? Verstek. Zuivering van het verstek? De voorzieningenrechter verleent verstek tegen [gedaagde] en wijst af het verzoek tot zuivering; veroordeelt gedaagde om…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.