Artikel 3 Advocatenwet
Lid 1
Na ontvangst van het afschrift van het verzoek en de daarbij overlegde verklaringen en documenten, bedoeld in artikel 2, zesde lid, worden advocaten op requisitoir van het openbaar ministerie beëdigd door de rechtbank in het arrondissement waarin zij kantoor wensen te houden. Van de beëdiging wordt door de griffier van de rechtbank kennisgegeven aan de secretaris van de algemene raad met het oog op de verwerking hiervan op het tableau.
Lid 2
Zij leggen de navolgende eed of belofte af:
"Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet, eerbied voor de rechterlijke autoriteiten, en dat ik geen zaak zal aanraden of verdedigen, die ik in gemoede niet gelove rechtvaardig te zijn."
Lid 3
Wanneer de eed of belofte, bedoeld in het tweede lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed of belofte als volgt:
«Ik swar (ûnthjit) trou oan de Kening, it neilibjen fan ’e Grûnwet, earbied foar de rjochterlike autoriteiten, en dat ik gjin saak oanrikkemandearje of ferdigenje sil, dêr’t ik ynderlik fan oertsjûge bin dat dy net rjochtfeardich is.»
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 3 Advocatenwet is sinds 2015 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof Den Haag.
- ECLI:NL:GHARL:2015:5998 — 11-08-2015 Hof Arnhem-Leeuwarden
Geschil over de afwikkeling van een arbeidsovereenkomst. Recht op provisie. - ECLI:NL:GHDHA:2015:2 — 06-01-2015 Hof Den Haag
Vraag of onderzoek door de deken op grond van de Advocatenwet in strijd is met de vrijheid van meningsuiting, neergelegd in artikel 7 Grondwet en artikel 10 EVRM.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.