Artikel 10 Advocatenwet

De advocaten oefenen de praktijk uit overeenkomstig de bevoegdheden en vereisten, bij de Wetboeken van Burgerlijke Rechtsvordering en Strafvordering en bij de bijzondere wetten en besluiten gegeven en gevorderd, en overeenkomstig deze wet en de daarop berustende verordeningen en besluiten.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 10 Advocatenwet is sinds 2024 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Rb. Limburg en Rb. Zeeland-West-Brabant.

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:995 — 15-04-2026 Hof 's-Hertogenbosch
    Art. 272 Wetboek van Strafrecht. Het hof acht bewezen dat de verdachte zich in zijn hoedanigheid van advocaat schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk schenden van zijn beroepsgeheim, door een onbevoegde derde mee te laten luisteren met het verdachtenverhoor van zijn cliënt…
  • ECLI:NL:RBLIM:2024:8284 — 13-11-2024 Rb. Limburg
    Bijzondere overeenkomst; opdracht; verrichten diensten/werkzaamheden
  • ECLI:NL:RBZWB:2024:6392 — 17-09-2024 Rb. Zeeland-West-Brabant
    Art. 272 Wetboek van Strafrecht. Verdachte heeft in 2020 als advocaat zijn beroepsgeheim en wettelijke geheimhoudingsplichten geschonden. Dit is 2022 aan het licht gekomen door onderschepte Encrochatgesprekken in een ander strafrechtelijk onderzoek. Verdachte heeft een cliënt…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.