Artikel 143 Pensioenwet
Lid 1
Een pensioenfonds richt zijn organisatie zodanig in dat deze een beheerste en integere bedrijfsvoering waarborgt.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het eerste lid. De regels hebben in ieder geval betrekking op:
het beheersen van bedrijfsprocessen en bedrijfsrisico’s;
integriteit;
de soliditeit van het pensioenfonds, waaronder wordt verstaan:
het beheersen van financiële risico’s; en
het beheersen van andere risico’s die de soliditeit van het pensioenfonds kunnen aantasten;
het beheersen van de financiële positie over de lange termijn door periodiek een haalbaarheidstoets te maken.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 143 Pensioenwet is sinds 2013 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:RBAMS:2018:9311 — 21-12-2018 Rb. Amsterdam
“Pensioenzaak. Kort geding. Vordering vakcentrales militairen tegen ABP. Vraag of thans reeds vast staat dat een nieuwe pensioenregeling voor militairen per 1 januari 2019 uitsluitend een middelloonregeling zal bevatten, of dat het ook mogelijk is dat sprake zal zijn van een… - ECLI:NL:RBROT:2015:8665 — 26-11-2015 Rb. Rotterdam
In tegenstelling tot hetgeen DNB betoogt, is het vormen van deze reserves uit het eigen vermogen niet aan te merken als het verlenen van een premiekorting in de zin van artikel 129, eerste lid, van de Pw. De daar bedoelde korting wordt immers verleend op de premie die wordt… - ECLI:NL:RBROT:2013:BZ9201 — 25-04-2013 Rb. Rotterdam
DNB heeft aan een pensioenfonds een aanwijzig gegeven die er op neer komt dat het fonds een combinatie van maatregelen treft waarmee recht wordt gedaan aan de prudent person-regel, te weten dat de bestaande beleggingen in zakelijke waarden blijvend worden afgebouwd of…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.