Artikel 143 Pensioenwet
Lid 1
Een pensioenfonds richt zijn organisatie zodanig in dat deze een beheerste en integere bedrijfsvoering waarborgt.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het eerste lid. De regels hebben in ieder geval betrekking op:
het beheersen van bedrijfsprocessen en bedrijfsrisico’s;
integriteit;
de soliditeit van het pensioenfonds, waaronder wordt verstaan:
het beheersen van financiële risico’s; en
het beheersen van andere risico’s die de soliditeit van het pensioenfonds kunnen aantasten;
het beheersen van de financiële positie over de lange termijn door periodiek een haalbaarheidstoets te maken.