Artikel 140 Pensioenwet
Lid 1
Indien de beleidsdekkingsgraad in een situatie als bedoeld in artikel 138, eerste lid, of vastgesteld op grond van artikel 138, zevende lid, zes maal opeenvolgend ligt onder de bij of krachtens artikel 131 gestelde eisen ten aanzien van het minimaal vereist eigen vermogen en de dekkingsgraad bij die laatste vaststelling ook onder dat niveau ligt neemt het pensioenfonds binnen zes maanden maatregelen waardoor de dekkingsgraad van het pensioenfonds direct voldoet aan artikel 131. Voor zover het bij de maatregelen vermindering van pensioenaanspraken en pensioenrechten betreft worden deze direct in de technische voorzieningen verwerkt en ofwel direct doorgevoerd, ofwel in beginsel evenredig gespreid in de tijd gedurende maximaal de termijn die wordt gebruikt voor het herstelplan dat is opgesteld na constatering van de situatie, bedoeld in de eerste zin.
Lid 2
Voor een pensioenfonds dat bijdragen ontvangt van een in een andere lidstaat gevestigde bijdragende onderneming geldt in plaats van het in het eerste lid genoemde aantal van zes een aantal van twee.
Lid 3
Indien een pensioenfonds in de situatie, bedoeld in het eerste lid, maatregelen heeft genomen waardoor de dekkingsgraad direct voldoet aan artikel 131, begint voor de volgende toepassing van het eerste lid een nieuwe termijn. Indien een pensioenfonds in de situatie, bedoeld in het eerste lid, geen maatregelen heeft genomen omdat bij de laatste vaststelling van de beleidsdekkingsgraad de dekkingsgraad niet onder het minimaal vereist eigen vermogen lag, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing bij iedere volgende vaststelling van de beleidsdekkingsgraad op grond van artikel 138, zevende lid, totdat de beleidsdekkingsgraad ligt op of boven het niveau van het minimaal vereist eigen vermogen of de beleidsdekkingsgraad en de dekkingsgraad liggen onder dat niveau.
Lid 4
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 140 Pensioenwet is sinds 2011 in 6 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hof Arnhem-Leeuwarden en Rb. Midden-Nederland.
- ECLI:NL:GHARL:2025:5991 — 30-09-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is een bedrijfstakpensioenfonds. Zij voert voor de werkgevers in die bedrijfstak de pensioenregeling uit. Belanghebbende besteedt het beheer van de pensioenen uit aan een derde. Die derde brengt daarvoor kosten in rekening, vermeerderd met omzetbelasting (btw).… - ECLI:NL:GHAMS:2020:3784 — 27-10-2020 Hof Amsterdam
Valt het beheer van het pensioenvermogen door een bedrijfstakpensioenfonds onder de vrijstelling voor ‘het beheer van door beleggingsfondsen en beleggingsmaatschappijen ter collectieve belegging bijeengebrachte vermogens’ als bedoeld in art. 11, lid 1, onderdeel i, sub 3°, Wet… - ECLI:NL:RBNHO:2019:1720 — 28-02-2019 Rb. Noord-Holland
Omzetbelasting. Eiseres is een bedrijfstakpensioenfonds en doet een beroep op de in artikel 11, eerste lid, letter i, ten derde, van de Wet OB opgenomen vrijstelling. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres niet voldaan aan alle (vier) criteria zoals die zijn vastgesteld… - ECLI:NL:RBOBR:2018:4438 — 13-09-2018 Rb. Oost-Brabant
Pensioenrecht. In oude uitvoeringsovereenkomst neergelegde bijstortingsverplichting maakt geen deel uit van de pensioenovereenkomst d.m.v. (statische) incorporatie of derdenbeding. Afwijzing vordering tot nakoming. - ECLI:NL:RBMNE:2014:7697 — 29-10-2014 Rb. Midden-Nederland
Pensioenzaak.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.